Paragraaf Lokale heffingen en belastingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Inleiding

In 2025 was 15% van de inkomsten van onze gemeente afkomstig uit lokale heffingen. Deze vormen daarmee een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Deze inkomsten worden voor het merendeel opgebracht door burgers en voor een kleiner deel door bedrijven. De heffing vindt plaats op basis van verordeningen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Deze ‘Paragraaf Lokale Heffingen’ geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide categorieën heffingen. In het vervolg gaan wij in op de volgende aspecten:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Ontwikkelingen en rijksbeleid

a.    Rijksbeleid
In het hoofdlijnenakkoord 2024–2028 Hoop, Lef en Trots is opgenomen dat afspraken zouden worden gemaakt om de woonlasten, met name de OZB, te maximeren. Daarnaast is aangekondigd dat nadere afspraken met gemeenten worden uitgewerkt over een gemaximeerde planbatenheffing. Als gevolg van de val van het kabinet en de vorming van een nieuw kabinet is op dit moment nog onduidelijk of en op welke wijze deze voornemens in de praktijk zullen worden gebracht.

b.    Lokale ontwikkelingen 
Het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)’ schrijft voor dat inzichtelijk gemaakt moet worden hoe we bij de berekening van tarieven van heffingen ervoor zorgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, welke beleidsuitgangspunten ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.

Wij hanteren de volgende uitgangspunten voor de kostendekkendheid:

  1. overhead toerekenen op basis van personeelslasten;
  2. één systematiek van toerekening van overhead;
  3. maximaal 100% kostendekkendheid;
  4. toegroeien naar maximaal 100% kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten in het jaar 2025;
  5. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing.

c.    Kwijtschelding
Een groot deel van de kwijtscheldingen is in 2025 geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen. Sinds 1 juli 2025 maakt GBD voor het totale kwijtscheldingsproces gebruik van Kwijtschelding 3.0, een verder verbeterde geautomatiseerde kwijtscheldingstoets. De toets kan op meer criteria toetsen, waardoor zowel de dienstverlening aan inwoners als de rechtmatigheid is toegenomen. 

Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten over 2025 en, ter vergelijking, 2024. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording 2024 en 2025 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerendezaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst aan leges sterk beïnvloeden.

Overzicht inkomsten die op basis van door de raad vastgestelde belastingverordeningen zijn gegenereerd (x € 1.000)

Bij de opbrengst van de niet-woningen is rekening gehouden met de opbrengst van het ondernemersfonds. Sliedrecht kent het gemeentebrede ondernemersfonds, dit wordt gefinancierd vanuit een opslag op de OZB-heffing voor niet-woningen. De opbrengst hiervan wordt via het Ondernemersfonds Sliedrecht besteed; daarom is dit budgetneutraal opgenomen. 

 

 

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de woonlasten worden de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing gerekend. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk.

In de volgende tabel wordt over de laatste vijf jaren de ontwikkeling van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weergegeven, zowel die voor eigenaar-bewoners (dus met een eigen huis) als die van huurders. De OZB is berekend op basis van de laatste door het CBS gepubliceerde gemiddelde WOZ-waarde van woningen. Deze waarde is vastgesteld naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarde 2025 is dus berekend naar de waardepeildatum 1 januari 2024. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing voor eigenaren.

Bij de berekening van de woonlasten voor 2025 hanteerden we de volgende uitgangspunten:

    • Opbrengsten onroerende-zaakbelastingen      + 8,8% voor inflatie (2,8%) en een aanvullende stijging (6%) volgt uit de kadernota 2025
    • Afvalstoffenheffing tarief                                             + 2,8%
    • Rioolheffing tarief                                                              + 0%

De verhoging van de Onroerend -zaakbelasting en de Afvalstoffenheffing is overeenkomstig de kadernota 2025. De rioolheffing is overeenkomstig het raadsbesluit WRP, waarbij geldt dat de rioolheffing maximaal kostendekkend is. 

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, e.d.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2025 geldt de waardepeildatum 1 januari 2024. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

De volgende tabel laat zien hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Uitgangspunt bij het bepalen van de tarieven 2025 was de geraamde opbrengst 2024. Bij vaststelling van de tarieven is, naast de beleidsuitgangspunten voor 2025, rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Bij een waardedaling, zoals tot en met 2015 het geval was, moest het tarief met een vergelijkbaar percentage worden verhoogd om een gelijkblijvende OZB-opbrengst te realiseren. Bij een waardestijging daarentegen moet het tarief worden verlaagd om een gelijkblijvende opbrengst te realiseren. Anders gezegd: bij gemiddeld 2% stijging van de WOZ-waarden moet het tarief met ca. 2% worden verlaagd om een gelijkblijvende opbrengst te verkrijgen.

 

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat op begrotingsbasis de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. De berekening van de kostendekkendheid wordt samengevat in een overzicht aan het eind van deze paragraaf.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Rioolheffing
De rioolheffing is een vergoeding ter dekking van kosten die gemeenten maken voor hun rioolstelsel. Ook de kosten van de wettelijke watertaken, zoals de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, kunnen hiermee worden bekostigd. Welke kosten worden verhaald, is in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.
 
De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld:

Sliedrecht heft van pandeigenaren een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie op 1 januari bepalend. Ook gebruikers van panden betalen rioolheffing.

Vergelijking andere gemeenten
Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Een vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de Lokale Lasten 2025 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden voor zowel eigenaar-bewoners als huurders weer. Voor eigenaar-bewoners is de OZB berekend op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning. Huurders betalen geen OZB en geen rioolheffing voor eigenaren. De woonlasten in 2025 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaande schema's (x € 1).

Eigenaren-bewoners

De indicatie in de laatste kolom betreft een landelijk rangnummer en betekent: hoe lager het nummer, hoe lager de woonlasten in vergelijking met andere gemeenten.

Huurders

De indicatie in de laatste kolom betekent: hoe lager het rangnummer, hoe lager de woonlasten.

Benchmark lokale lasten
De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, minus een eventuele heffingskorting.

In de benchmark voor 2025, opgenomen in de Coelo Atlas vanaf pagina 184, wordt een vergelijking gegeven van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 193 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatieve bedrag van de drie heffingen per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting) voor 2025 en de mutatie van de woonlasten per gemeente ten opzichte van 2024.

De figuren bieden de mogelijkheid om gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn). Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 1.053 en voor Zuid-Holland is dit € 1.090. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2024 bedraagt landelijk 5,9% en voor Zuid-Holland 5%. Verder kan de hoogte van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken.

Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen.

Overige lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Overige lokale heffingen

Hondenbelasting
De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit.

Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met 2,8% zoals vastgesteld in de Kadernota 2025.

Reinigingsrechten
Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen gemeenten een reinigingsrecht heffen. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten ter zake. Gemeenten hebben niet de verplichting om afval bij bedrijven in te zamelen. Dit in tegenstelling tot de inzameling van huishoudelijk afval bij woningen. Bedrijven dienen zelf zorg te dragen voor het afvoeren van het afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar.

Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met 2,8% zoals vastgesteld in de Kadernota 2025.

Reclamebelasting
Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten op openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen.

In overleg met de desbetreffende ondernemersverenigingen heeft uw raad op 30 januari 2018 drie reclamebelastingen ingevoerd, namelijk voor Winkelgebied Kerkbuurt, Winkelgebied Burgemeester Winklerplein en Woonboulevard Sliedrecht. Deze reclamebelastingen zijn 1 februari 2018 ingegaan.

Het doel is om met een ondernemersfonds het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van de gebieden te versterken.
De opbrengst van deze belasting wordt gestort in ondernemersfondsen voor deze gebieden.
Afspraken hierover zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de verenigingen en de gemeente.

De belasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, zijnde niet-woningen in het desbetreffende gebied. Als de onroerende zaak leeg staat en er een reclame-uiting wordt gevoerd, wordt de aanslag opgelegd aan de eigenaar.

De jaartarieven 2025 zijn als volgt:

Winkelgebied Kerkbuurt:
Kernwinkelgebied: € 552,- per onroerende zaak zijnde niet-woning;
Aanloopgebied: € 324,- per onroerende zaak zijnde niet-woning.

Winkelgebied Burgemeester Winkelplein:
€ 350 per onroerende zaak zijnde niet-woning.

Voor Woonboulevard Sliedrecht is het aanslagbedrag afhankelijk van de WOZ-waarde van de onroerende zaak, namelijk:

Havengeld
Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken en voor het gebruik van alle binnen onze gemeente gelegen openbare wateren heft de gemeente havengeld. Het uitgangspunt daarbij is dat dit maximaal kostendekkend gebeurt.

Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met 2,8% zoals vastgesteld in de Kadernota 2025.

Lijkbezorgingsrechten
Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. 

Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met 2,8% zoals vastgesteld in de Kadernota 2025. De tariefstijging is daarmee onvoldoende om de lijkbezorgingsrechten 100% kostendekkend te laten zijn. Bij de vaststelling van de belastingverordeningen zal een voorstel worden gedaan om de tarieven de komende drie jaar 6% extra te laten stijgen ten opzichte van de stijging zoals opgenomen in de Kadernota 2025.


Leges 
Leges worden geheven voor door de gemeente verleende diensten. Het uitgangspunt voor de berekening van de kostendekkendheid is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle genoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen leges.

Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met 2,8% zoals vastgesteld in de Kadernota 2025.

Marktgeld
Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten marktgeld heffen. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.

Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met 2,8% zoals vastgesteld in de Kadernota 2025.

Kwijtscheldingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Kwijtscheldingen

Als een belastingplichtige wegens financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden vastgesteld door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hiervan afwijken door deze inkomensgrens te verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen. Wel vindt een vermogenstoets plaats.

Gemeenten mogen wel zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Er kan kwijtschelding worden aangevraagd voor:

  • Onroerendezaakbelastingen
  • Afvalstoffenheffing
  • Rioolheffing
  • Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond)

Het recht op kwijtschelding wordt op twee manieren vastgesteld, namelijk:

  1. Op basis van ingediende kwijtscheldingsverzoeken.
  2. Geautomatiseerde kwijtscheldingstoets voor de toegekende verzoeken van het voorgaande jaar. Hiermee wordt direct bij aanslagoplegging kwijtschelding verleend. Dit wordt de verlengingstoets genoemd.

In 2025 zijn 446 kwijtscheldingsverzoeken binnengekomen en afgehandeld. Hiervan zijn er 188 toegewezen. Op basis van de jaarlijkse verleningstoets zijn 441 aanslagen kwijtgescholden. In totaal zijn dus 629 aanslagen geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden.

 

Kostendekkendheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen en belastingen - Kostendekkendheid

Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis dat tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn. In de onderstaande tabel is de kostendekking voor 2025 inzichtelijk gemaakt. In de begroting is uitgegaan van de reguliere tariefstijgingen van 2,8%, zoals opgenomen in de Kadernota. Hierdoor wordt inzichtelijk dat de begrafenisrechten en de legesverordening nog niet 100% kostendekkend zijn. Een verdere stijging naar 100% zal worden bezien bij de behandeling van de belasting- en legesverordeningen.

 

Gemiddeld genomen liggen zijn de kostendekkendheidpercentages lager dan in de begroting opgenomen.. De 103% bij de afvalstoffenheffing wordt voornamelijk veroorzaakt door een voorlopig gunstige conceptafrekening van de verwerkingskosten.

Over de kostendekkendheid wordt opgemerkt dat er voor gekozen is:

  1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten; 
  2. één systematiek van toerekening van overhead; 
  3. toegroeien naar 100% kostendekkendheid; 
  4. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing; 
  5. bij het bepalen van de tarieven van de lokale heffingen wordt geen rekening gehouden met dotaties en onttrekkingen aan reserves; 
  6. de afkoopbedragen zoals opgenomen binnen de Verordening begrafenisrechten 2025 gemeente Sliedrecht worden direct in het verantwoordingsjaar als baat verantwoord. Het gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid hierdoor positief beïnvloed wordt, dit is een consistente gedragslijn met eerdere jaren.