De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op 18-04-2023 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
Grondslagen voor waardering en bepaling van het resultaat
Grondslag Rechtmatigheidsverantwoording
Terug naar navigatie - Grondslagen voor waardering en bepaling van het resultaat - Grondslag RechtmatigheidsverantwoordingAlgemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening, het controleprotocol 2025-2027 en de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat:
- De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;
- De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik- en oneigenlijkgebruik criterium, omvat:
- Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 3 maart 2026 door de raad is vastgesteld;
- Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld.
- Ten aanzien van het M&O-criterium is de nota M&O-beleid van de gemeente leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid, zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
- De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV en de gemeentelijke financiële verordening. Dit betekent dat:
- Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 2.039.000 ) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
- Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Waarderingsgrondslagen voor baten en lasten
Terug naar navigatie - Grondslagen voor waardering en bepaling van het resultaat - Waarderingsgrondslagen voor baten en lastenOnder baten en lasten wordt verstaan de opbrengsten en kosten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Bij goederen is dit het jaar van levering en bij diensten het jaar waarin de diensten zijn verricht.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen casu quo schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en (spaar)verlofaanspraken. Voor verlofaanspraken zonder vergelijkbaar volume wordt nu wel een voorziening gevormd.
De algemene uitkering is opgenomen conform de best mogelijke schatting gebaseerd op basis van de laatst beschikbare informatie. Ten aanzien van de component aangaande de accresmededeling wordt deze opgenomen conform de in verslagjaar t laatst gepubliceerde accresmededeling. Doorgaans is deze accresmededeling opgenomen in de decembercirculaire. De gevolgen van het bijgestelde accres zoals opgenomen in de meicirculaire van het verslagjaar t + 1 worden verantwoord in de jaarrekening van het op het verslagjaar volgend boekjaar.
Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de Algemene vergadering van de vennootschap is genomen.
Waarderingsgrondslagen voor de balans
Terug naar navigatie - Grondslagen voor waardering en bepaling van het resultaat - Waarderingsgrondslagen voor de balansImmateriële vaste activa
Onder de immateriële vaste activa worden opgenomen:
- kosten van onderzoek en ontwikkeling.
- bijdrage aan activa in eigendom van derden.
De immateriële activa worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met afschrijvingen. Voor de kosten van onderzoek en ontwikkeling geldt een afschrijvingsduur van maximaal vijf jaar (artikel 34b BBV). Voor de bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven over de levensduur. De afschrijvingsduur van deze bijdragen is maximaal gelijk aan de afschrijvingsduur van de activa die door de betreffende derden wordt gehanteerd. Gemeente Sliedrecht hanteert geen langere afschrijvingsduur dan de afschrijvingsduur die gehanteerd wordt bij derden.
Materiële vaste activa
Onder de materiële vaste activa worden investeringen opgenomen die betrekking hebben op:
- de gemeentelijke organisatie:
- gebouwen waarin gemeentelijke activiteiten zijn ondergebracht en
- machines, apparaten, installaties, inventaris, vervoermiddelen e.d.
- objecten die de gemeente exploiteert:
- gronden en terreinen, bedrijfsgebouwen en woonruimten e.d.
- de infrastructuur van de gemeente: wegen, straten, bruggen, groenvoorziening, riolering, verkeersvoorzieningen e.d.
Materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. Bijdragen van derden (subsidies) die betrekking hebben op een specifiek activum, worden hierop in mindering gebracht. Op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
Met uitzondering van de gebouwen worden alle investeringen met jaarlijks gelijke bedragen afgeschreven (lineair). Gebouwen worden, gezien de waardeontwikkeling, op annuïteitenbasis afgeschreven. Dat is reëel als er nauwelijks sprake is van waardevermindering en er voor het uitvoeren van planmatig onderhoud bijtijds wordt gespaard.
Op activa die in de loop van het jaar zijn aangeschaft, wordt afgeschreven met ingang van het eerstvolgende boekjaar na ingebruikname.
Sinds 2011 wordt bij de bepaling van de afschrijving rekening gehouden met een restwaarde. Door die restwaarde dalen de af te schrijven bedragen en daarmee ook de jaarlijkse afschrijvingskosten. De restwaarde bij gebouwen is bepaald op 25% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Voor activa met een economisch nut én een economische functie wordt per balansdatum bepaald of er een indicatie is van een duurzame waardevermindering. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering wordt afgewaardeerd naar de directe opbrengstwaarde. Deze afwaardering vindt plaats met behulp van een voorziening.
Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
Financiële activa
Onder financiële vaste activa vallen kapitaalverstrekkingen en verstrekte leningen met een rentetypische looptijd langer dan een jaar. Deze worden gewaardeerd tegen nominale waarde (verstrekte waarde, verminderd met aflossingen en andere ontvangsten). Voor financiële vaste activa wordt per balansdatum bepaald of er een indicatie is van een duurzame waardevermindering. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering wordt afgewaardeerd naar de directe opbrengstwaarde. Deze afwaardering vindt plaats met behulp van een voorziening.
Voorraden
De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV en de administratie- en beheerskosten. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: naar rato van de realisatie van kosten en baten, verminderd met project specifieke risico’s. Indien sprake is van een lagere marktwaarde als gevolg van een verwacht negatief resultaat, wordt de benodigde verliesvoorziening berekend op basis van het resultaat tegen de netto contante waarde per 1 januari van het komende jaar.
Liquide middelen, vorderingen en overlopende activa
Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid van vorderingen is een voorziening in mindering gebracht. Onder de overlopende activa zijn ook de nog te verhalen kosten in het kader van facilitair grondbeleid (anterieure overeenkomsten) opgenomen, na aftrek van reeds ontvangen bijdragen.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserves, bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. Aan iedere reserve ligt een besluit van de raad ten grondslag.
Voorzieningen
Voorzieningen worden in beginsel gewaardeerd op het nominale bedrag van de verplichting of het voorzienbare verlies. In afwijking van deze algemene regel wordt de pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders op de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd (actuariële waarde). De voorzieningen zijn gebaseerd op de jaarlijkse dotaties verminderd met onttrekkingen en bestedingen gedurende het boekjaar.
Opgenomen langlopende geldleningen en waarborgsommen
Langlopende leningen worden opgenomen voor de oorspronkelijke waarden, verminderd met de gedane aflossingen conform de overeengekomen aflossingsschema’s. Voor zover mogelijk worden leningen met een hoge rente afgelost door gebruik te maken van overliquiditeit of door nieuwe leningen met een lagere rente aan te trekken. Per saldo moet er wel sprake zijn van een voordeel. Boeterente als gevolg van vervroegde aflossingen wordt in één keer ten laste van de exploitatie verantwoord.
Kortlopende schulden en overlopende passiva
Schulden en overlopende passiva worden opgenomen voor de nominale waarden. Voor zover binnen de jaarlijkse exploitatie nog uitgaven of inkomsten te verwachten zijn, worden deze in de betreffende balansbedragen opgenomen volgens het stelsel van lasten en baten.
Voorzieningen die zijn gevoed vanuit voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel en die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, worden afzonderlijk opgenomen onder de overlopende passiva.
Onzekerheid eigen bijdragen CAK
Op basis van de overzichten van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) kan de gemeente Sliedrecht de aantallen personen, het soort en de omvang van de zorgverlening beoordelen aan de hand van de eigen Wmo-administratie. Probleempunt is dat op deze overzichten van het CAK inkomensgegevens ontbreken. Hierdoor zijn deze overzichten niet geschikt om de juistheid van de eigen bijdragen op persoonsniveau en de volledigheid van de eigen bijdragen als geheel vast te stellen. Door te kiezen voor de systematiek waarbij het CAK de eigen bijdragen vaststelt, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat de gemeente Sliedrecht geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kan verkrijgen. De gemeente Sliedrecht is verplicht, op grond van de kadernota rechtmatigheid, deze onzekerheid te vermelden in de jaarstukken, ook al ligt de oorzaak niet bij de gemeente. Dit geldt overigens voor alle gemeenten.
Risico's
De risico’s worden beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van het jaarverslag.