Het ruimtelijk beleid van de gemeente is vastgelegd in de Omgevingsvisie, het programmaplan 'Ruimtelijke vernieuwing', en 'Koers 2030’. Hierbij is een integrale afweging gemaakt over het toekomstig ruimtegebruik: hoeveel woningen, kantoren, winkels, bedrijventerreinen, maatschappelijk vastgoed, etc. worden waar en op welk moment gerealiseerd.
Het grondbeleid dient als uitvoeringskader voor de (strategische) keuze die de gemeente maakt bij de realisatie van die plannen. In de Nota Grondbeleid 2025 is opgenomen dat de gemeente een situationeel grondbeleid voert: afhankelijk van de eigendomssituatie pakt de gemeente een actieve rol op als procesregisseur en ontwikkelaar van een gebiedsontwikkeling, of, en daar ligt in principe de nadruk op, een faciliterende rol bij ontwikkeling door een marktpartij. De inzet daarbij is tot (anterieure) overeenstemming te komen met de betrokken marktpartijen.
Een uitzondering hierop kan bijvoorbeeld een grote maatschappelijke opgave zijn, die zonder het voeren van een actief grondbeleid niet kan worden gerealiseerd. Het proces, de instrumenten, de financiële uitgangspunten en organisatie die daarbij horen, worden in de Nota Grondbeleid 2025 omschreven.
Onderdeel van het grondbeleid is ook de Nota Kostenverhaal 2024: daarin staan de kosten die worden doorberekend aan initiatiefnemers van nieuwe ontwikkelingen. Deze nota is in maart 2024 vastgesteld en betreft de aanpassing van het beleid mede als gevolg van de Omgevingswet.
In juli 2025 is ook het Projecten Portfolio Grondzaken 2025 (PPG 2025) door de raad vastgesteld. Dit document geeft een financieel overzicht van de lopende grondexploitaties, de grondexploitaties in voorbereiding, en de faciliterende projecten met een anterieure overeenkomst. Het PPG 2025 is een opmaat voor het in 2026 op te stellen Meerjaren Perspectief Gebiedsontwikkelingen (MPG). Het MPG is de financiële rapportage waarin alle grondexploitaties en private ontwikkelingen worden beschreven. Het MPG doet verslag van de geactualiseerde grondexploitaties. Dit resulteert in een aangepaste prognose van het resultaat van de grondexploitaties. Naast de beoordeling of er tussentijds winst genomen moet worden, wordt voor verliesgevende grondexploitaties beoordeeld of er een verliesvoorziening moet worden gevormd, of dat deze moet worden aangevuld, dan wel vrijvallen. Het MPG volgt de P&C-cyclus waarbij de grondexploitaties aansluiten op de jaarrekening.



