3. Financieel meerjarenperspectief

De mate waarin het mogelijk is voor Sliedrecht haar doelen te realiseren is mede afhankelijk van haar actuele financiële situatie. Het startpunt hierin is de vastgestelde begroting 2026 – 2029 inclusief bezuinigingsmaatregelen. De begroting 2026 is structureel sluitend. Het financiële perspectief voor gemeenten blijft echter onzeker. Het ravijnjaar lijkt voorlopig gedempt maar dan wel met incidentele middelen van het Rijk en de kosten voor bijvoorbeeld de jeugdzorg en de vergoedingen hiervoor door het Rijk blijft een structureel financieel risico.

Het financieel meerjarenperspectief in deze kaderbrief is vanuit de begroting 2026 geactualiseerd en is verrijkt met de verschillende factoren. Deze factoren zijn de genomen raadsbesluiten met een financiële impact na het vaststellen van de begroting 2026, de geïnventariseerde onontkoombare knelpunten, de verwerking van het juiste prijspeil (lonen en indexatie), de actualisatie van de bijdragen aan onze verbonden partijen en de verwachting van de Voorjaarsnota van het Rijk.

Samenvattend leidt dit tot het volgende financieel meerjarenperspectief:

 

Hieruit blijkt dat het verwachte structurele begrotingssaldo voor 2027 (nagenoeg) sluitend is. Vanaf 2028 daalt het structurele begrotingssaldo, wat resulteert in tekorten in de jaren 2028 – 2030.

In 2024 en 2025 is een intensief traject doorlopen om bezuinigingsmaatregelen te inventariseren. Hierbij heeft het college meer bezuinigingsmaatregelen geïnventariseerd en met de raad besproken dan nodig waren om de begroting van vorig jaar sluitend te krijgen. Al deze maatregelen hebben een maatschappelijke impact. Voor een specificatie van de geïnventariseerde bezuinigingsmaatregelen wordt verwezen naar bijlage 1 van deze kaderbrief 2027. Hierbij geldt dat de gepresenteerde financiële effecten van de maatregelen niet geactualiseerd zijn ten opzichte van de begroting 2026 en dus kunnen afwijken bij realisatie.

 

B. Onontkoombare knelpunten

Terug naar navigatie - 3. Financieel meerjarenperspectief - B. Onontkoombare knelpunten

Omdat ten tijde van het schrijven van deze kaderbrief de gemeenteraadsverkiezingen net hebben plaatsgevonden, zijn alleen onontkoombare knelpunten geïnventariseerd. Hierbij is het uitgangspunt 
gehanteerd dat er sprake is van een knelpunt als het onontkoombaar, niet-beïnvloedbaar, niet uit te stellen en niet te dekken is.  

De volgende knelpunten zijn geïnventariseerd:

1. Indexatie subsidies
De gemeente hanteert momenteel een generieke indexering van 2,3%, terwijl cao-lonen in de relevante sectoren rond de 5% stijgen. Hierdoor ontstaat jaarlijks een structureel tekort van circa 2–3%, vooral bij organisaties waar loonkosten het grootste deel van de uitgaven vormen. Dit zet de continuïteit van voorzieningen in het sociaal domein onder druk.

Deze onder indexatie stapelt zich op en kan binnen enkele jaren oplopen tot 10–15% tekort. Landelijke ontwikkelingen bevestigen dit beeld, waardoor steeds meer gemeenten overstappen op gedifferentieerde indexering, waarbij loon- en prijsontwikkelingen apart worden gevolgd. Ook wordt landelijk geadviseerd om tarieven te baseren op reële prijsindexen.

Zonder aanpassing dreigen financiële knelpunten bij instellingen, meer incidentele financieringsverzoeken en risico’s voor basisvoorzieningen. Daarnaast ontstaat een groeiende spanning met wettelijke eisen rond kostprijs. Het probleem is structureel, omdat loonstijgingen extern worden bepaald en de effecten zich jaarlijks opstapelen.

2. Leges omgevingsvergunningen
De geraamde legesinkomsten in de begroting zijn gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen drie jaar. In de jaren 2023 tot en met 2025 zien we echter een dalende trend op de geïnde leges. Hierdoor vallen de inkomsten lager uit dan verwacht. Dit betekent dat wij de raming voor 2027 en verder naar beneden hebben bijgesteld rekening houdend met de maatregelen ravijnjaar waarin we toegroeien naar volledige kostendekkendheid.

C. Indexatie

Terug naar navigatie - 3. Financieel meerjarenperspectief - C. Indexatie

Jaarlijks wordt de begroting naar het juiste prijspeil (2027) gebracht. In onderstaande tabel is het financiële effect van de voorgestelde indexatie weergegeven:

1. Lonen
Voor gemeenten ligt er een CAO met een looptijd tot en met 31 maart 2027 waarbij in vier stappen het loon met 6,7% wordt verhoogd. In deze kaderbrief is rekening gehouden met de loonstijging voor 2027, waarna deze gelijk wordt gehouden. Met het opgenomen bedrag kan er in totaal een verhoging van 4,2% afgedekt worden. Hiervan is nog 2,6% beschikbaar voor de nog niet afgesloten CAO.

2. Inkoop
De inkoopbudgetten zijn geïndexeerd met een percentage van 2,3%.

3. Verbonden partijen
De budgetten voor de verbonden partijen zijn geïndexeerd met een percentage van 3,7%. Dit percentage is afkomstig uit het Centraal Economisch Plan 2026, het betreft een combinatie van het percentage voor inflatie (nationale consumentenprijsindex, cpi) en lonen. Aangezien elke verbonden partij een unieke kostenstructuur heeft, wijkt de daadwerkelijk benodigde indexatie af. Onder de verbonden partijen wordt een eventuele afwijking toegelicht.

4. Subsidies
De budgetten voor subsidies zijn geïndexeerd met een percentage van 2,3%.

5. Onroerende zaakbelasting
De onroerende zaakbelasting is geïndexeerd met een percentage van 2,3%.

6. Inzet stelpost indexatie
In de meerjarenbegroting is een stelpost aanwezig om de budgetten in de programma’s te kunnen indexeren. Deze stelpost wordt gevoed vanuit het deel van het accres binnen het gemeentefonds dat wordt toegekend vanwege inflatie. Het totaal van de begroting is daarmee begroot in lopende prijzen. Het beschikbare bedrag voor indexatie in 2027 wordt volledig ingezet.

D. Bijdrage aan verbonden partijen

Terug naar navigatie - 3. Financieel meerjarenperspectief - D. Bijdrage aan verbonden partijen

Op basis van de uitgangspuntennotities en kadernota’s (onder voorbehoud van zienswijze en definitieve vaststelling) van onze verbonden partijen ziet de bijstelling van onze bijdrage aan de verbonden partijen er naar verwachting als volgt uit:

1. GR Sociaal
Deze bijstelling komt grotendeels door het niet realiseren van de ombuigingen zoals in de uitwerking van de eerdere bestuurlijke opdracht is aangegeven. De komende tijd wordt regionaal een voorstel uitgewerkt voor een ombuiging/bezuiniging van € 6,5 mln. voor alle deelnemende gemeenten totaal. De hoogte en effecten voor Sliedrecht zijn nog niet volledig in beeld en zijn nog niet verwerkt in het financiële beeld.

Daarnaast ontstaan er in 2027 voor Sliedrecht binnen de GR Sociaal structureel stijgende kosten die worden veroorzaakt door groei van het aantal klanten en contractuele prijsindexeringen binnen de Wmo. De financiële beschikbare middelen uit hoofde van de BUIG (Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen) laten weliswaar een forse stijging zien, dit is echter niet voldoende om de stijgende kosten volledig te dekken. De vraag naar zorg en ondersteuning blijft toenemen en wordt complexer. Deze kostenstijging werkt door in alle taakvelden: van Samenkracht en burgerparticipatie, waar minder ruimte ontstaat voor preventie en sociale basis, tot inkomensregelingen waar het beroep groeit bij dalende rijksbijdragen. Ook binnen WSW, beschut werk en arbeidsparticipatie stijgen de uitvoeringskosten door arbeidsmarktkrapte en complexere ondersteuningsvragen. Binnen de Wmo nemen de uitgaven toe voor maatwerkvoorzieningen, hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding en PGB’s, mede door vergrijzing, hogere tarieven en zwaardere zorgbehoeften. Deze ontwikkelingen zijn onontkoombaar en wettelijk verplicht, waardoor Sliedrecht de oplopende kosten binnen de GR Sociaal in 2027 niet kan uitstellen, niet kan beïnvloeden en niet binnen de bestaande middelen kan opvangen.

2. DG&J
De financiële druk binnen de GR DG&J neemt structureel toe door wettelijke verplichtingen, maatschappelijke ontwikkelingen en externe kostenstijgingen buiten gemeentelijke invloed. Twee eerder incidentele posten (OGGZ en Veilig Thuis) worden op verzoek van de provincie structureel gemaakt.

3. Overige verbonden partijen
Voor de overige verbonden partijen bestaat de verwachting dat we de benodigde bijstelling kunnen financieren uit onze daarvoor reeds in de begroting 2026 meerjarig gereserveerde bedragen voor indexatie.

E. Verwachting voorjaarsnota Rijk

Terug naar navigatie - 3. Financieel meerjarenperspectief - E. Verwachting voorjaarsnota Rijk

De Voorjaarsnota 2026 van het Rijk vormt een actualisatie van de rijksbegroting en geeft richting aan het financiële en beleidsmatige kader voor de komende jaren. Voor gemeenten betekent de Voorjaarsnota dat er extra middelen beschikbaar komen, onder andere voor loon- en prijsstijgingen en voor taken binnen het sociaal domein, zoals de Wmo en beschermd wonen. Daar staan echter ook nadelen en onzekerheden tegenover, zoals een lagere groei van het Btw-compensatiefonds en onduidelijkheid over de structurele financiering na 2027. Een voorzichtige inschatting van het effect van de Voorjaarsnota Rijk is in onderstaande tabel opgenomen.

F. Effect Voorjaarsnota 2026

Terug naar navigatie - 3. Financieel meerjarenperspectief - F. Effect Voorjaarsnota 2026

Ten tijde van het opstellen van deze kaderbrief 2027 is er ook een voorjaarsnota 2026 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Het meerjarig effect uit deze voorjaarsnota is in deze kaderbrief opgenomen. Dit betreft het financiële effect van de decembercirculaire 2025 (1) zoals opgenomen in de hiervoor aangeboden CIB van 19 januari 2026, het financiële effect van de actualisatie van het wegenbeheerplan (2) en het financiële effect van de bezuinigingen in de begroting van de Smart Delta Drechtsteden (3).