Meer
Publicatiedatum: 03-12-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Meerjaren investeringsprogramma

Inleiding

In deze Kadernota worden ook de gewenste aanpassingen op het meerjaren investeringsprogramma verwerkt Het investeringsprogramma valt uiteen in vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen. Vervangingsinvesteringen dienen ter vervanging van bestaande investeringen die op bedrijfseconomische gronden na een bepaalde periode vervangen moeten worden. Dit betreft het leeuwendeel van onze investeringen. Uitbreidingsinvesteringen zijn investeringen waar vervanging na afschrijving niet noodzakelijkerwijs aan de orde hoeft te zijn. Denk aan investeringen i.v.m. het ontwikkelen van een gebied.

Er valt ook een onderscheid te maken in investeringen met een bedrijfseconomisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut (bijvoorbeeld bruggen, wegen). Voor beide categorieën dient meerjarig te worden afgeschreven conform het BBV. Vorig jaar is hiertoe de reserve investeringen maatschappelijk nut in het leven geroepen om activa met een maatschappelijk nut te kunnen activeren en de kapitaallasten te kunnen meenemen (vanuit voorheen aantal voorzieningen).

Indien er sprake is van investeringen waar een specifieke opbrengst tegenover staat (bijvoorbeeld bij rioleringen) wordt ook wel gesproken over rendabele investeringen. Investeringen waar geen specifieke opbrengst tegenover staat heten dan onrendabele investeringen.

In bijlage 1 is het Meerjaren investeringsprogramma (MIP) opgenomen.

Actualisatie programma vervangingsinvesteringen

Het laatst vastgestelde investeringsprogramma is geactualiseerd voor de vervangingsinvesteringen waarbij integraal werken en een betere spreiding de uitgangspunten zijn. Dit levert een mutatie op voor de jaarschijven 2021 tot en met 2023.

Het Meerjaren InvesteringsProgramma 2020-2023 (MIP) heeft betrekking op investeringen die in het kader van het BBV moeten worden aangemerkt als 'investeringen met een economisch nut' en als 'investeringen met een maatschappelijk nut'. Een gedetailleerd overzicht is in bijlage 1 opgenomen.

De aanpassingen in het MIP leveren de volgende budgettaire consequenties op in verband met het vaststellen van jaarschijf 2020:

Actualisatie programma vervangingsinvesteringen 2020 2021 2022 2023
Saldo effect kapitaallasten MIP 2020 - 2023 0 3.502 -4.118 744
Totaal 0 3.502 -4.118 744

Dit betekent dat ten opzichte van de reeds in de meerjarenbegroting geraamde kapitaallasten er in de jaarschijven 2021 t/m 2023 nauwelijks een beslag op het begrotingssaldo wordt gelegd.

Beslispunt:

4.1 In te stemmen met het verwerken van de met de investeringen 2020-2023 gemoeide kapitaallasten in het budgettair kader van 2020 t/m 2023 en de verwerking hiervan in de Programmabegroting 2020-2023.