Meer
Publicatiedatum: 22-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

In dit onderdeel vindt u de paragrafen lokale heffingen en belastingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en, als laatste, de paragraaf grote projecten.

Lokale heffingen en belastingen

Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in de tarieven en de tariefontwikkeling met betrekking tot de lokale heffingen en belastingen.

De lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Wij zetten de revenuen uit de hondenbelasting volledig in voor zaken die met honden te maken hebben.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid;
  • overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen;
  • heffingen woonlasten (lokale lastendruk);
  • overige lokale heffingen;
  • kwijtscheldingen;
  • Kostendekkendheid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten
Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerendezaakbelastingen (OZB).

In 2020 komt er een benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

De huidige macronorm bepaalt de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen en stamt uit 2007. Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten.

Ook bleek al in 2014 dat de macronorm geen effectief instrument is. ‘Het heeft niet bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling. De besluitvorming over tarieven in gemeenten is namelijk in de eerste plaats geënt op lokale afwegingen,’ schrijft minister Ollongren in haar brief aan de Tweede Kamer over de invoering van de benchmark lokale lasten. Volgens haar zullen gemeenten door de benchmark nog scherper worden op een deugdelijke onderbouwing van de lastenontwikkelingen.

Precariobelasting op kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven
1 juli 2017 is wetgeving in werking getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot en met 2021 precariobelasting hierover blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

 Kostendekkendheid heffingen
Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat inzichtelijk moet worden gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. De berekening en uitgangspunten van de kostendekkendheid worden in paragraaf 3.1.7 verder toegelicht.

Verruiming gemeentelijk belastinggebied
Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Ook nu wordt weer een laatste stand van zaken gegeven.

Diverse studies (2015) die pleitten voor een herziening van het gemeentelijke belastinggebied, gevolgd door een eerste aanzet (2016) van de minister aan de Tweede Kamer over de hervorming van de gemeentebelastingen, hebben de vorige kabinetsperiode niet geleid tot een verdere invulling. Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de Kamers inmiddels, zoals eerder toegezegd, via een brief geïnformeerd over het proces om te komen tot de bouwstenen voor een beter belastingstelsel waarin hij ten aanzien van gemeentebelastingen aangeeft dat een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden behoort. De eerder uitgewerkte plannen voor een herziening van het gemeentelijke belastinggebied worden hiertoe opnieuw doordacht. De staatssecretaris heeft zich ten doel gesteld begin 2020 de concrete bouwstenen en voorstellen voor verbetering en vereenvoudigingen van het stelsel op te leveren, met daarin duiding van de knelpunten en perspectief op de oplossingen.

Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen

Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de geraamde opbrengst voor 2020 en 2019, evenals de  verantwoorde opbrengsten over 2018. Wij merken op dat de verschillen tussen 2020 ten opzichte van 2019 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

Met het opstellen van de begroting 2020 is rekening gehouden met de kadernota 2020 die door de gemeenteraad in de besluitvormende raadsvergadering van 25 juni 2019 is vastgesteld. Het uitwerken van de kaders resulteert in de onderstaande inkomsten.

Overzicht inkomsten uit algemene middelen (x € 1.000)

Algemene dekkingsmiddelen

Werkelijk 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Onroerende zaakbelasting woningen eigenaren

€        1.962

€        2.018 

€        2.047    

Onroerende zaakbelasting niet-woningen eigenaren

€        1.045

€        1.091

€        1.106

Onroerende zaakbelasting niet-woningen gebruikers

€            631

€            683

€            693

Hondenbelasting

€              87

€               88

€               92

Precariobelasting

€           780

€           787

€            788

 

Overzicht inkomsten uit specifieke middelen (x € 1.000)

Gebonden heffingen

Werkelijk 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Begrafenisrechten

€             523

€           512

€          512

Afvalstoffenheffingen huisvuil

€        1.803

€      2.061*

€      2.132*

Containerrechten bedrijfsvuil

€            324

€          356

€          372

Marktgelden

€              54

€            47

€            47

Rioolheffingen

€       2.687

€     2.761

€     2.761

Havengelden, incl. huur watersportvereniging

€             67

€            81

€            81

Leges bouwvergunningen

€          281

€         450

€         450

Reclamebelasting

€          116

€         126

€         137

*) Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen grotendeels de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel worden de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis­houdens in euro’s weergegeven over 2020 en de twee voorgaande jaren. Tevens zijn hierin de geldende tarieven voor de afvalstoffen- en de rioolheffing opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. In de kolom 2020 zijn de gevolgen van de belastingvoorstellen verwerkt.

Woonlasten meerpersoonshuishouden

2018

2019

2020

Gemiddelde WOZ-waarde

€  187.000

€  201.000

€ 219.000    

OZB eigenaren woningen

€          183

€          188

€          193

Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens*

€          196

€          209

€          219

Rioolheffing, eigenarendeel

€          151

€          155

€          155

Rioolheffing, gebruikersdeel

€            77

€            79

€            79

Totaal

€         607

€         631

€         647

% stijging t.o.v. vorig jaar

 

           4,0%

            2,5%

* Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.

 

Bij de berekening van de woonlasten voor 2020 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Onroerendezaakbelastingen       + 1,4%

Afvalstoffenheffing                           maximaal 100% kostendekkend
Rioolheffing                                           maximaal 100% kostendekkend

Deze verhogingen zijn conform Kadernota 2020[1]. Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerendezaakbelasting
De onroerende-zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing.

Tot en met 2019 gold als enige restrictie voor de opbrengst OZB de macronorm. Zoals onder Ontwikkelingen en rijksbeleid is opgenomen wordt deze met ingang van 2020 vervangen door de benchmark lokale lasten.

De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2020 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2019. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen.

De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2018 naar 1 januari 2019 is voor woningen berekend op 9% en voor niet-woningen op 2%. Rekening houdend met de gewenste (meer)opbrengst en de waardeontwikkeling leidt dit voor 2020 tot de volgende tarieven. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien zijn ook de tarieven over eerdere jaren opgenomen.

Tarieven OZB

2016

2017

2018

2019

2020

Eigenaar woning

0,1058

0,1030

0,0979

0,0933

0,0879

Eigenaar niet-woning

0,1432

0,1606

0,1647

0,1681

0,1676

Gebruiker niet-woning

0,1114

0,1247

0,1186

0,1220

0,1316

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Tarieven afvalstoffenheffing

2016

2017

2018

2019

2020

Meerpersoonshuishoudens

198,96

195,48 *

195,48 *

200,16 *

218.64 *

Eenpersoonshuishoudens

142,00

139,56 *

139,56 *

142,80 *

156,00 *

Wijziging

 

-1,7%

0,0%

7,2%

4,3%

* Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.

Rioolheffing
Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet hebben gemeenten de mogelijkheid om de kosten van zorgplicht voor het afvalwater alsmede de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald dient met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te zijn vastgesteld. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Tarieven rioolheffing

2016

2017

2018

2019

2020

Eigenaar woning

149,76

151,08

151,08

154,68

155,16

Gebruiker niet-woning

76,34

77,04

77,04

78,84

 78,48

Wijziging

 

 0,9%

 0,0%

 2,4%

 0,2%

Sliedrecht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie per 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven.

Vergelijking andere gemeenten
Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2018 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2019 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1). De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Tarieven

Gemidd. WOZ

Tarief OZB

OZB eigenaar

Riool heffing

e/g

Afval stoffen heffing

 Totaal

Rangnr meerp. huis

Sliedrecht

 199.000

0,0933

184

234

210

628

25

Papendrecht

 218.000

0,1201

262

138

282

682

73

Dordrecht

 188.000

0,1165

218

187

283

688

80

Alblasserdam

 216.000

0,1172

253

173

339

765

204

Hardinxveld-G’dam

 253.000

0,1202

304

180

326

810

270

H.I. Ambacht

 239.000

0,1247

298

227

287

812

273

Zwijndrecht *

 198.000

0,1210

239

298

354

869

331

Landelijk gemiddelde

 266.000

0,1115

281

196

263

740

 

* Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.



[1] De heffingen 2020 zijn nog niet 100% kostendekkend. In de 1e begrotingswijzigingen 2020 (ombuigingen) wordt een voorstel gedaan om toe te groeien in vier jaar naar 100% kostendekkendheid.

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting
De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting op het houden van honden mogen heffen. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. Wij zetten de revenuen uit de hondenbelasting volledig in voor zaken die met honden te maken hebben.

Voor 2020 zijn de tarieven verhoogd met 1,4%, zoals vastgesteld in de Kadernota.

Reinigingsrechten
Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen gemeenten een reinigingsrecht heffen. Uitgangspunt is dat dit kostendekkend gebeurt. Gemeenten hebben niet de verplichting afval bij bedrijven in te zamelen. Dit in tegenstelling tot het inzamelen van huishoudelijk afval bij woningen. Bedrijven dienen zelf zorg te dragen voor het afvoeren van het afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting waarvan de opbrengst naar de algemene middelen van de gemeente gaat.

De opbrengst is sterk afhankelijk van wisselende activiteiten in de openbare ruimte, zoals het hebben van terrassen, reclameborden, uitstallingen, bouwmaterialen, kabels en leidingen, etc.

Zoals onder 'Ontwikkelingen en rijksbeleid' is opgemerkt, is het met ingang van 2022 niet meer mogelijk precariobelasting van nutsnetwerken te heffen. Gedurende de overgangstermijn mogen die tarieven niet verhoogd worden en gelden de tarieven zoals ze golden op 10 februari 2016.

Reclamebelasting
Op grond van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen. De reclamebelasting is een algemene belasting. De reclamebelasting kan mede worden gezien als een profijtbelasting, wanneer zij geheven wordt naar de mate waarin particulieren en bedrijven profiteren van overheidsvoorzieningen die het doen van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mogelijk maken.

Zo is bijvoorbeeld vanuit de profijtgedachte een hoger tarief denkbaar in het (winkel)centrum van een gemeente, waar immers het meeste effect wordt verwacht van de openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Ook kan regulering worden nagestreefd met deze heffing door deze bijvoorbeeld te beperken tot - of een hoger tarief te hanteren in - bepaalde wijken, teneinde wildgroei van openbare aankondigingen tegen te gaan. Verder kan de reclamebelasting zich beperken tot een deel van de gemeente, mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.

Sliedrecht kent sinds 1 februari 2018 drie reclamebelastingen, namelijk Winkelgebied Burgemeester Winklerplein, Winkelgebied Kerkbuurt en Woonboulevard Sliedrecht. Deze zijn gekoppeld aan daartoe opgerichte ondernemersfondsen.

Het doel is met deze ondernemersfondsen het ondernemers- en verblijfsklimaat en daarmee de duurzame economische vitaliteit van deze winkelgebieden te versterken.

Havengeld
Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken, alsmede voor het gebruik van alle binnen deze gemeente gelegen openbare wateren wordt door de gemeente havengeld geheven. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.

Lijkbezorgingsrechten
Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.

De overige tarieven worden verhoogd met 1,4%, zoals vastgesteld in de Kadernota.

Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Wij hanteren de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Wij verlenen kwijtschelding verleend voor:

  • Onroerendezaakbelastingen;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing;
  • Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond).

Kostendekkendheid

Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In onderstaande tabel is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2020 inzichtelijk gemaakt.

Bedragen x € 1.000

Berekening kostendekkendheid

Afvalstoffen-

heffing

Riool-

heffing

Haven-

Geld

Lijk-bezorging

Bouwleges

Reinigings-rechten

Leges

Burgerzaken

Kosten taakveld (en) incl. (omslag)rente

2.598

2.282

50

383

251

301

822

Inkomsten taakveld (en), excl. heffingen

565

7

4

18

0

17

0

Netto Kosten

2.033

2.275

45

365

251

284

822

Overhead incl. (omslag)rente

807

265

27

437

245

168

0

BTW (1)

218

465

 

 

 

 

 

Totale overige kosten (a)

3.057

3.005

73

802

495

452

822

Opbrengst heffingen (b)

2.036 (2)

2.718 (2)

58 (3)

512

462

372

252

Dekking (b/a *100)

67%

90%

80%

64%

93%

82%

31%

(1) Dit is inclusief de kwijtschelding.

(2) Dit is exclusief opbrengst pleziervaart van € 19.000. De kosten hebben alleen betrekking op de   beroepshavens. Voor pleziervaartuigen worden nagenoeg geen directe kosten gemaakt.

De kostendekkendheid wordt overeenkomstig de regelgeving bepaald per verordening.

Over de kostendekkendheid wordt opgemerkt dat er voor gekozen is;

  1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten;
  2. één systematiek van toerekening van overhead;
  3. 100% kostendekkenheid;
  4. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing.

Bij geen van de gemeenteheffingen wordt 100% kostendekkendheid behaald.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen, zoals het vormen van voorzieningen of het afsluiten van verzekeringen. Het weerstandsvermogen is mede van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente.

De raad heeft op 11 maart 2014 de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders opgenomen die richting geven aan de uitvoering van het gemeentelijk risicomanagement in Sliedrecht. De paragraaf is opgebouwd uit een drietal blokken: het risicoprofiel Sliedrecht, de weerstandscapaciteit en als laatste de weerstandsratio.

Risicoprofiel gemeente Sliedrecht

Risicogebied

Zie

Maximaal risico

Structureel/ Incidenteel

Kans-klasse

Risico bedrag

Organisatierisico's

A

1.085

I

I

210

Onzekerheden algemene uitkering

B

350

S

I

109

Verbonden partijen

C

2.689

S

I / II

2.528

Garantstellingen

D

668

I

I/ IV

574

Dividend

E

100

I

II

38

Projectrisico's, waardering vastgoed en grondexploitaties

F

4.412

I

I/II/III/IV

3.134

Totaal

 

 

 

 

6.594

Kanscategorie

Kansklasse in %

I 'Onwaarschijnlijk / klein'

12,50%

II 'Mogelijk'

37,50%

III 'Aanzienlijk'

62,50%

IV 'Waarschijnlijk'

87,50%

Het laatste vastgestelde risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de jaarrekening 2018 die door de raad op 9 juli 2019 is vastgesteld. Deze bedroeg € 6,1 mln. Het risicoprofiel in deze begroting is ingeschat op afgerond € 6,6 mln. Ten opzichte van de jaarrekening 2018 wordt de stijging van € 0,5 mln. in hoofdzaak verklaard door:

Verlaging risicoprofiel organisatierisico's € 250.000
Als gevolg van de op 28 juni 2016 verhoogde reserve frictiebudget is vanaf toen een risico-inschatting gemaakt voor verdere organisatierisico's. De kansklasse van deze risico-inschatting is verlaagd van
II:" Mogelijk" naar I:" Onwaarschijnlijk/klein" als gevolg van de fase waarin Sliedrecht zich bevindt. Hierdoor is het risico met € 250.000 afgenomen.

Verhoging risicoprofiel verbonden partijen € 900.000
De stijging van het risicoprofiel van de verbonden partijen van € 0,9 mln. is te verklaren door een viertal ontwikkelingen:
1. Taakstelling GRD € 5 mln.                                                                € 0,6   mln.
2. Taakstelling DG&J € 5 mln.                                                             € 0       mln.
3. Vervallen risico Drechtwerk en GRD                          -/-        € 0,3   mln.
4. Richtlijn Provincie extra middelen Jeugd na 2021            € 0,6   mln.
                                                                                                                               € 0,9   mln.

  1. Op 2 juli 2019 heeft de Drechtraad door middel van een amendement op de begroting 2020 onder andere besloten tot een taakstelling van € 5 mln. Dit heeft in de Drechtraad van 1 oktober 2019 nog niet geresulteerd in besluitvorming op concrete maatregelen.  Het risico bestaat dat deze taakstelling niet wordt gerealiseerd.

  2. De DG&J heeft op 12 september 2019 haar 1e tussenrapportage 2019 vastgesteld waarin een stijging van de kosten jeugdzorg is opgenomen van structureel ruim € 10 mln. Hierbij is tevens besloten tot een taakstelling van € 5 mln. in 2020, € 5 mln. in 2021 en € 4,7 mln. in 2022. Omdat de taakstelling nog niet concreet is ingevuld met maatregelen bestaat het risico  deze taakstelling niet wordt gecompenseerd door mogelijke maatregelen. In het risicoprofiel van Sliedrecht, zoals vastgesteld in de jaarrekening 2018, werd al rekening gehouden met een risico van stijgen kosten voor jeugdzorg van € 0,3 mln. Daarom heeft voornoemd risico geen financieel effect op het weerstandsvermogen.

  3. In 2019 is het Financieel toezichtkader gemeenten vernieuwd dat per begrotingjaar 2020 ingaat. Een van de wijzigingen betreft het uitgangspunt dat de ramingen van de gemeente gelijk moeten zijn aan de vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen, die leidend zijn. Zoals ook al in de kadernota 2020 is aangegeven komt hiermee een specifiek risico van een hogere bijdrage GRD en Drechtwerk in 2020 en verder te vervallen omdat dit risico inmiddels in de exploitatie van de gemeente Sliedrecht is verwerkt.

  4. Op 9 juli is een richtlijn uitgegeven door het Rijk in overleg met de provinciale toezichthouders waarin is aangegeven in welke mate de gemeente mag omgaan met extra gelden jeugdzorg vanaf 2022. Sliedrecht heeft deze extra gelden jeugdzorg vanaf 2022 structureel verwerkt in haar begroting 2020 omdat wordt voldaan aan de richtlijn. Het risico bestaat echter wel dat op basis van het aangekondigde onderzoek deze extra gelden uiteindelijk niet worden verstrekt in 2022 en verder.

Verlaging risicoprofiel garantstelingen € 11.000
De verlaging van dit risicoprofiel is in hoofdzaak te verklaren door de afname van bedrag waarvoor de gemeente Sliedrecht garant staat als gevolg van aflossing van leningen door de garantnemer.

Verlaging risicoprofiel dividend € 55.000
Door het principebesluit over te gaan tot verkoop van de aandelen Eneco is het risico op een lager dividend niet meer structureel ingeschat maar incidenteel. Dit verlaagt het risicoprofiel met € 55.000.

Toelichting risicoprofiel

A. Organisatierisico’s (programma Bestuur, veiligheid en organisatie)
In 2014 heeft de raad een budget beschikbaar gesteld voor organisatieontwikkeling. De raad heeft op 28 juni 2016 ingestemd met verhoging van de Reserve frictiebudget/organisatieontwikkeling met € 1.000.000. In het raadsvoorstel is een tweetal scenario's genoemd die variëren van € 1.500.000 tot € 2.500.000.  Op basis van de genoemde scenario's bedraagt de risico-inschatting voor verdere organisatierisico's een incidenteel bedrag van € 1.000.000 en € 85.000 voor mobiliteitsdossiers. 

B. Risico’s algemene uitkering (Ondersteunend programma Financiën en belastingen)
De algemene uitkering wordt meerdere keren per jaar geactualiseerd. De volgende tranche van de herziening kan een negatief effect hebben op onze algemene uitkering. Het maximale risico wordt geschat op ca. 1% van de algemene uitkering en bedraagt ongeveer € 350.000. De kans schatten wij op dit moment laag in vanwege de relatie tussen de algemene uitkering en de (stijgende) rijksuitgaven.

De invloed die Sliedrecht hierop kan uitoefenen is minimaal. Het inzetten van PAUW (een systeem voor de berekening van de algemene uitkering), het op orde zijn van de basisregistraties en het tijdig signaleren van ontwikkelingen die kunnen leiden tot afwijkingen zijn de belangrijkste beheersmaatregelen.

C. Risico’s bij verbonden partijen (Alle programma’s)
Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een Gemeenschappelijke Regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de deelnemende gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2020 naar verwachting € 18,6 miljoen. Uitgaande van een maximaal 5% overschrijding van de begroting van de gemeenschappelijke regelingen is het maximale risico afgerond € 0,9 mln. De mate van beïnvloedbaarheid voor Sliedrecht is beperkt. De beheersmaatregelen zijn gericht op het houden van toezicht op risicomanagement bij de verbonden partijen (tijdig beoordelen van financiële documenten, signaleren van afwijkingen en verwerken naar de raad). Daarnaast bestaat een specifiek risico op oninbaarheid van een verstrekte lening van de GR Drechtwerk aan een partner, een specifiek risico voor frictiekosten bij de GR VRZHZ. Een specifiek risico op basis van de kosten sociaal domein bij de GRD en de DG&J en een positief specifiek risico voor de mogelijke extra gelden Jeugdzorg na 2021.

D. Risico’s garantstellingen (Alle programma’s)
De gemeente Sliedrecht staat garant voor diverse instellingen. De gewaarborgde geldleningen bedragen naar verwachting per ultimo 2020 € 122 mln. In dit bedrag zijn ook leningen meegenomen van woningcorporatie Stichting Tablis Wonen voor een bedrag van € 97,0 miljoen. De gemeente is hier niet de eerste garantsteller, maar achtervang voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

De huidige beleidslijn is dat 2,5% van het bedrag waarvoor de gemeente eerste garantsteller is wordt aangemerkt als risico. Daarnaast worden de risico's in de garantstellingen individueel beoordeeld door de jaarlijkse toets van de jaarrekeningen van belangrijke garantstellingen, op aspecten als solvabiliteit en liquiditeit. Daarnaast maakt dit onderdeel uit van de verbijzonderde interne controle.

E. Risico dividendontvangsten (Algemene dekkingsmiddelen)
De gemeente Sliedrecht bezit aandelen in het nutsbedrijf Eneco en Stedin waarbij jaarlijks dividend wordt ontvangen. De dividendraming is gebaseerd op de werkelijke ontvangsten van de afgelopen vier jaar met een veiligheidsmarge van 15%. Het effect van bovenstaande is ingeschat op € 100.000 structureel. De mate van beïnvloedbaarheid is gering. 

F. Projectrisico's, waardering vastgoed en grondexploitaties (Alle programma's)
Na het treffen van beheersmaatregelen blijft altijd een risico bestaan bij de waardering van vastgoed en projecten en grondexploitaties. Dat is inherent aan het karakter van deze posten. Deze risico’s kunnen bestaan uit:

  • Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld omdat er woningen zijn geprogrammeerd die niet goed in de markt liggen;
  • Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan: veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan;
  • Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden;
  • Overige risico’s, bijvoorbeeld wanneer sprake is van onzekere subsidies, bodemverontreiniging, planschades, claims e.d.

Bepaling van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en stille reserves. De raad heeft besloten de laatste twee vooralsnog niet op te nemen in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Bij de kadernota 2015 is toegezegd de algemene reserve op te splitsen in een risicoreserve en een (vrij besteedbare) algemene reserve, waaruit onder andere de strategische projecten uit het CUP gefinancierd kunnen worden. De algemene reserve en algemene risicoreserve vormen samen de weerstandscapaciteit van de gemeente Sliedrecht.

De raad heeft in het beleidskader aangegeven dat een weerstandsratio van 0,75 gehanteerd wordt. Bij een risicoprofiel van afgerond € 7.100.000 is de minimale hoogte van de algemene risicoreserve daarmee afgerond € 5.325.000.

De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende twee delen:

Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit

2020

Algemene risicoreserve

3.615

Algemene reserve

             1.688

Verwachte stand 1 januari 2020

          5.303

 

Stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit
Een stille reserve is een 'overschot' op de bezittingen van de gemeente doordat deze meer waard zijn dan op de balans van de gemeente zijn opgenomen. Volgens de verslaggevingsvoorschriften van gemeenten, het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna BBV), dienen bezittingen van gemeente te worden gewaardeerd op vervaardigingsprijs / verkrijgingsprijs (historische kosten). Dit betekent dat indien een bezitting van de gemeente in de markt meer waard wordt dan gewaardeerd op haar balans, de gemeente deze bezitting niet mag herwaarderen en er hierdoor een stille reserve kan ontstaan.

De onbenutte belastingcapaciteit betreft de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de gemeentelijke belastingen en rechten te verhogen. Het betreft het verschil tussen het niveau gehanteerd volgens artikel 12 van de Financiële verhoudingswet en het feitelijk gehanteerde belastingtarief in Sliedrecht.

Conform de vastgestelde nota Weerstandsvermogen en risicomanagement maken de stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Wel wordt hierin inzicht gegeven.

Stille reserve vastgoed
Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waarvoor een, wat de omvang betreft, redelijke markt is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waarvoor een beperkte markt is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen. Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ waarde voor het vastgoed waarvoor een beperkte markt is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ waarde.

De stille reserves zijn geactualiseerd met de meeste recente WOZ waarden en boekwaarden.  Ten basis van bovenstaande uitgangspunten bestaat een stille reserve vastgoed van afgerond € 4,7 mln. Deze stille reserve kan als volgt uitgesplitst worden:

Bedragen x € 1.000

Type vastgoed

Stille reserve

Redelijke markt

             2.412

Beperkte markt

             2.256

Totaal stille reserve vastgoed

            4.668

                                         

Stille reserve aandelen
De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen, Stedin en Eneco. In het consultatiedocument Aandeelhouderschap Eneco Groep NV, dat de Aandeelhouderscommissie van Eneco (AHC) heeft gepubliceerd, is met diverse voorbehouden een grove inschatting van de marktwaarde van de aandelen Eneco gegeven. Dit is ongeveer € 500 tot € 580 per aandeel. Uitgaande van een markwaarde van € 540 per aandeel bestaat een stille reserve in de aandelen Eneco van € 15,2 miljoen. Tegenover deze stille reserve staat overigens wel structurele dividenduitkering in de begroting.

De aandelen BNG kennen volgens het jaarverslag 2018 van de BNG een waarde van afgerond € 76,- per aandeel. Uitgaande van deze waarde bestaat een stille reserve in de aandelen BNG van afgerond € 2,3 miljoen.

Onbenutte belastingcapaciteit
Voor Sliedrecht bestaat deze onbenutte belastingcapaciteit uit het volgende:

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

Bedrag

Capaciteit OZB

2.199

Capaciteit riolering

                 49

Capaciteit afval en reiniging

339

Totaal onbenutte belastingcapaciteit

            2.587

 

Dit houdt in dat structureel ruim € 2,5 mln. aan extra belastingopbrengsten gegenereerd kan worden binnen de Financiële verhoudingswet.

Het totaal aan stille reserves voor Sliedrecht bedraagt:

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

Verwachte waarde

Stille reserve vastgoed

4.668

Stille reserve aandelen

                 17.500

Onbenutte belastingcapaciteit

2.587

Totaal

            24.755

 

Financiële kengetallen

De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen.  Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Er is geen harde norm voor dit kengetal maar een percentage van 20% tot 50% wordt doorgaans als voldoende gezien.

Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed.

De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte.

De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde.

Resumerend
Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien.  Op basis van de kengetallen kan geconcludeerd worden dat Sliedrecht een laag risicoprofiel heeft. Er is een relatief goede ratio ten aanzien van schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie.

De toezichthouders hebben voor de kengetallen onderstaande signaleringswaarden vastgesteld om trends te kunnen ontdekken. Aan deze categorieën is geen kwalificatie gegeven omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan over het algemeen worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Conclusie over het weerstandsvermogen

Bij deze begroting is een nieuwe risico-inventarisatie uitgevoerd. De uitkomst van de inventarisatie is een risico van afgerond € 6.6 mln. Conform het gemeentelijk beleid is de minimumhoogte van de algemene (risico-) reserve 0,75x de hoogte van de risico's en komt uit op een bedrag van afgerond € 4,95 mln. De gemeente beschikt over een algemene (risico) reserve van € 5,3 mln.

Daarnaast beschikt de gemeente Sliedrecht over stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit die niet meegenomen zijn in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De gemeente beheert de openbare ruimte waarin een groot aantal activiteiten plaatsvindt zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan, is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. In dit onderdeel van de programmabegroting wordt aangegeven voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen, inclusief de financiële consequenties hiervan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten.

Het beleid op de kapitaalgoederen wordt door middel van beleidsnota's vastgesteld. Dergelijke nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen met betrekking tot de inhoudelijke kaders (de visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) en procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening) vast te stellen.

Het beleid van de gemeente voor het onderhoud van kapitaalgoederen is o.a. opgenomen in;

  • de Nota onderhoud gebouwen (vastgesteld in 2006);
  • het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (vastgesteld in 2018);
  • het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014);
  • het Beleidsplan openbare verlichting (vastgesteld in 2014);
  • het Beheerplan onderhoud bruggen (vastgesteld in 2014);
  • het Groenbeleidsplan (vastgesteld in 2015);
  • het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016).

Als uitgangspunt geldt dat op basis van beheerplannen jaarlijks budgetten worden geraamd voor het onderhoud dat in het begrotingsjaar moet worden uitgevoerd en dat voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hierna gaan we nader in op de specifieke beleidsvelden.

Openbaar groen en speelvoorzieningen

De gemeenteraad heeft op 31 maart 2015 het Groenbeleidsplan Sliedrecht vastgesteld. Het Groenbeleidsplan vormt de basis voor het groenbeheer en toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot groen in Sliedrecht. Op basis van dit plan wordt door middel van het regulier groenbeheer en renovatieprojecten consequent naar de vastgelegde kwaliteiten en eindbeelden toegewerkt. Aanpassingen van het groen worden op basis van dit plan op verantwoorde wijze gedaan. Het plan vormt ook een belangrijk toetsingskader bij de belangenafwegingen tussen groene en overige functies en geeft de nieuwe beleidskaders voor verkoop en verhuur van gemeentelijk groen. In dit plan zijn tevens de beeldkwaliteiten van het beheer in de verschillende gebieden van Sliedrecht opgenomen.
In 2019 is een start gemaakt met de evaluatie van het Groenbeleidsplan dat in het 1e kwartaal 2020 ter vaststelling is aangeboden.

De gemeente Sliedrecht vindt het van belang dat de gemeente voldoende groen heeft en behoudt. Om te bewaken dat er voldoende bomen in de gemeente blijven, wordt bijgehouden hoeveel kapvergunningen verleend worden en hoeveel bomen worden aangeplant.

Ook hebben we aandacht voor de biodiversiteit en werken we in een aantal stappen toe naar 10% meer bomen in Sliedrecht conform de opgave uit het College Uitvoeringsprogramma.

Voor de groenprojecten wordt de meerjarenplanning "Integrale meerjaren operationele planning" gevolgd Dit houdt in dat in 2020 de volgende gebieden worden aangepakt:

  • Middenveer (integraal met de herbestrating)
  • Vogelbuurt Noord (samen met de aanleg van het warmtenet)
  • Parallelweg langs Benedenveer (afronding project Benedenveer)
  • Professorenbuurt (in aansluiting op de nieuwbouw)

In het College Uitvoeringsprogramma is voor 2020 een extra bedrag opgenomen voor het 'vergroenen' van een aantal doorgaande wegen.

Speelvoorzieningen
Op 10 mei 2016 heeft de gemeenteraad het besluit genomen in vijf jaar tijd de speelplekken in Sliedrecht op te knappen en om te vormen tot uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken. Elke buurt krijgt meerdere speelplekken met uitdagende speeltoestellen, passend bij deze tijd. Naast spelen en sporten komt de focus ook te liggen op ontmoeting tussen jong en oud in de buurt. Er is ruim een miljoen euro geïnvesteerd in de looptijd van het project en dit wordt in 2020 afgerond.

Daarmee zijn alle buurten voor de komende tien tot vijftien jaar weer voorzien van uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken.

Voor 2020 is de planning om de buurten de Weren, de Hoven en de Nijverwaard aan te pakken.

Riolering

De gemeentelijke taken op het gebied van de riolering zijn gebaseerd op de Waterwet. Voor de uitvoering van deze wettelijke verplichting is gemeentelijke autonome beleidsruimte beschikbaar. Naast de waterwet moet voldaan worden aan de richtlijnen van de waterkwaliteitsbeheerders (Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat). Goede aanleg en beheer van de riolering is van groot belang voor de gezondheid van onze inwoners  en een van de hoofdtaken van de gemeente.

Eind 2018 is het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2019-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In het GRP is beschreven hoe de gemeente Sliedrecht invulling geeft aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het GRP is de koers van de afgelopen jaren gecontinueerd, waarbij ook de rioolheffing – behalve indexatie – de komende jaren niet wordt verhoogd. Het realiseren van waterberging, samen met het waterschap Rivierenland, is nodig vanuit afspraken uit het verleden. Komende jaren moet Sliedrecht in beeld brengen wat de kwetsbaarheden zijn vanwege het veranderende klimaat. Op basis van de uitkomsten volgt een strategie hoe met het veranderende klimaat in Sliedrecht om te gaan.

Wat betreft rioolvervanging, worden de komende jaren de volgende projecten voorbereid en uitgevoerd:

  • Rioolvervanging Vogelbuurt en Professorenbuurt – komende jaren
  • Rioolvervanging Rivierenbuurt – 2021 en 2022

     

Waterbeheer

Voortvloeiend uit het Stedelijk Waterplan Plan (SWP) zijn de afgelopen jaren maatregelen getroffen om de waterkwaliteit te verbeteren. Dit plan is, na een evaluatie met het Waterschap in 2011, voor onbepaalde tijd verlengd.

Het Waterschap stelt middelen beschikbaar voor  verbeteringen aan de waterhuishouding. Particulieren kunnen sinds 2018 ook gebruik maken van een subsidieregeling voor klimaatmaatregelen die ertoe bijdragen dat hemelwater vastgehouden wordt op eigen terrein.

Sinds 1 januari 2015 is 75% van de watergangen in beheer en eigendom overgegaan naar Waterschap Rivierenland (WSRL). Daarmee hebben al deze watergangen conform de keur en legger van WSRL tevens een A-status gekregen. De gemeente voert in opdracht van het waterschap het onderhoud uit.  Het kroosruimen in het oppervlaktewater is een activiteit waar waterschap en gemeente de kosten delen.

Wegen

Eind 2014 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen 2015-2025 vastgesteld. Hiervan zijn de belangrijkste uitgangspunten:

  • Het voorkomen van kapitaalsvernietiging;
  • Het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen;
  • Het voorkomen van schadebeelden waarbij het risico van schadeclaims van toepassing is.

In 2017 is het klein onderhoud elementenverharding opnieuw meerjarig aanbesteed en in 2019 een nieuw onderhoudsbestek voor asfalt. Hiermee wordt het klein en periodiek onderhoud van wegen geregeld.

In het Integrale Meer Jaren Operationele Programma (IMJOP) zijn in 2020 de volgende activiteiten opgenomen ten aanzien van groot onderhoud wegen:

  • Voorbereiding P.C. Hooftlaan, in aansluiting op de ontwikkeling op de Rivierdijk-west (locatie Lanser).
  • Uitvoering en afronding van Molendijk-west/Baanhoek-oost, in het verlengde van Molendijk-oost/Kerkbuurt-west volgens de Dijkvisie.
  • Uitvoering en afronding van het Bonkelaarplein.
  • Uitvoering en afronding van de Middenveer en Erasmusplaats.
  • Uitvoering Parallelweg langs Nijverwaard, groot asfaltonderhoud in combinatie met verkeersmaatregelen.
  • Afronding werkzaamheden Weresteijn-noord, binnenpaden.
  • Gefaseerde uitvoering Vogelbuurt, grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet.
  • Uitvoering Professorenbuurt in combinatie met riolering.
  • Afronding werkzaamheden Parallelweg langs Benedenveer.
  • Voorbereiding van Jacob Catsstraat-zuid.

 

Bruggen

Er is op initiatief van de raad een meerjarenonderhoudsprogramma opgesteld om alle bruggen in de gemeente Sliedrecht te herstellen en te behouden. In afgelopen jaren zijn – en in de komende jaren zullen –  diverse traditionele bruggen vervangen worden door meer duurzame bruggen met stalen liggers, kunststof dekken en houten leuningen.

Openbare verlichting

De gemeente Sliedrecht heeft het beheer en onderhoud van de openbare verlichting ondergebracht bij Stadsbeheer Dordrecht (SBD). Op basis van metingen heeft Stadsbeheer Dordrecht een vervangingsplan opgesteld. In 2014 is een nieuw beheerplan openbare verlichting opgesteld. In dit plan is ook de toepassing van energiezuinige LED-verlichting opgenomen. De vervangingsplannen van de openbare verlichting worden integraal afgestemd op projecten in de openbare ruimte.

Gebouwen

De “Nota onderhoud gebouwen” is vastgesteld in de raad van 18 december 2006 en zal worden herijkt in 2018/begin 2019. Door middel van deze nota wordt een onderbouwing gegeven van de onderhoudsbudgetten voor gebouwen in de begroting van Sliedrecht. Met betrekking tot het beheer van het vastgoed wil Sliedrecht het voortouw nemen in het kader van duurzaamheid en milieuvriendelijk energiegebruik. Waar mogelijk zullen wij zonnepanelen plaatsen op onze gebouwen.

Binnenhaven

Hieronder valt het op diepte houden van de gemeentehaven en het daarvoor periodiek peilen, het onderhouden van de steigers en de walstroomvoorziening. Eens per tien jaar dient rekening te worden gehouden met een hoge piek aan kosten voor baggerwerkzaamheden. In 2019 worden peilingen uitgevoerd om te bepalen hoeveel bagger in de haven ligt. In 2020 is vanuit de voorziening onderhoud binnenhaven budget beschikbaar om de baggerwerkzaamheden uit te voeren.

Aanlegsteiger waterbus

Het vervoer door de Waterbus is geregeld in het contract tussen de Provincie en Aquabus BV. De gemeente Sliedrecht betaalt hiervoor jaarlijks een bijdrage aan Bureau Drechtsteden. Het (groot) onderhoud van de aanmeerplaats (ponton) verloopt volgens een overeenkomst met het Havenbedrijf Dordrecht. De onderhoudsmaatregelen zijn verwerkt in de voorziening onderhoud ponton Waterbus.

Reserveringen voor onderhoud

In het kader van de begroting is het van belang dat wordt aangegeven dat er voldoende wordt gereserveerd voor toekomstig onderhoud. In 2019 zullen de volgende stortingen plaatsvinden in de diverse onderhoudsvoorzieningen:

Bedragen x € 1

Omschrijving

Categorie BBV

 Programma

Rekening
2018

Begroting
2019

Begroting
2020

Zalencentrum De Lockhorst

Gebouwen

1

21.804

21.804

21.804

Diverse multifunctionele accommodaties

Gebouwen

1

17.055

17.055

17.055

Verenigingsaccommodatiegebouw

Gebouwen

1

4.862

4.862

0

Binnensportaccommodaties

Gebouwen

1

30.660

30.660

30.660

Zwemaccommodatie De Lockhorst

Gebouwen

1

29.909

29.909

29.909

Recreatie voorzieningen

Groen

1

4.384

4.384

4.384

Subtotaal Programma 1

 

 

108.674

108.674

103.812

Begraafplaats (gebouw)

Gebouwen

3

882

882

882

Kinderboerderij (gebouw)

Gebouwen

3

3.753

3.753

3.753

Watergangen en sloten

Water

3

8.972

8.972

8.972

Onderhoud riolering

Riolering

3

1.518.364

1.518.364

1.474.500

Onderhoud wegen

Wegen

3

300.000

300.000

242.915

Bruggen

Wegen

3

62.862

62.862

62.862

Openbare verlichting

Wegen

3

7.336

7.336

7.336

Binnenhaven

Water

3

5.802

5.802

5.802

Ponton waterbus

Water

3

4.290

4.290

4.290

Toren NH-kerk met uurwerk

Gebouwen

3

1.837

1.837

1.837

Klok en carillon raadhuis

Gebouwen

3

1.462

1.462

1.462

Standplaatsen woonwagens

Gebouwen

3

5.260

5.260

5.260

Woonwagens

Gebouwen

3

1.328

1.328

1.328

Subtotaal Programma 3

 

 

1.922.148

1.922.148

1.821.199

Raadhuis

Gebouwen

4

10.331

10.331

10.331

Vlaggen

Overig

4

265

265

265

Brandweerkazerne (incl. dienstwoningen)

Gebouwen

4

5.002

5.002

5.002

Gemeentekantoor

Gebouwen

4

22.576

22.576

27.438

Gemeentewerf

Gebouwen

4

5.947

5.947

5.947

Subtotaal Programma 4

 

 

44.121

44.121

48.983

Totaal generaal

 

 

2.074.943

2.074.943

1.973.994

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Het Financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of tijdelijk uitgezet. Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Sliedrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Rente ontwikkelingen
De rente op de geld- en kapitaalmarkten heeft nog steeds een laag niveau.
De rente voor 1-maandskasgeldleningen is al vele jaren negatief. In maart 2019 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten dat vanaf september 2019 een nieuwe reeks gerichte langlopende herfinancieringstransacties met een looptijd van twee jaar zal worden ingevoerd. Dit betekent vooralsnog een voortzetting van de lage (negatieve) rentetarieven.

De kapitaalmarktrente is eveneens zeer laag. Het rendement op tienjarige Nederlandse staatsleningen is ten tijde van het opstellen van deze financieringsparagraaf naar het laagste gemiddelde niveau ooit gedaald. De rente voor 10-jarige staatsleningen bedraagt medio juli 0,21%. De verwachting is dat deze rente het komend jaar zal stijgen tot ongeveer 0,68% medio 2020.

Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld.

Het afgelopen jaar laat de renteontwikkeling het volgende beeld zien:

In onderstaande tabel wordt de renteverwachting van een aantal grootbanken voor het komend jaar weergegeven.

Bij het verstrekken van langjarige financiering berekenen geldverstrekkers liquiditeitsopslagen bovenop de in de tabel genoemde IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag nu circa 0,10% (10 basispunten).

Financieringspositie

Financiering activa
De activa van de gemeente Sliedrecht zullen per begin 2020 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:

Omschrijving Bedragen per 31-12-2020
Totale boekwaarde activa (incl. vorderingen)    €          92,4
     
Vaste financieringsmiddelen:    
Reserves  €            30  
Voorzieningen  €               8  
Langlopende leningen  €            29  
     €             66
     
Korte activa -/- korte passiva    €                9
Financieringstekort    €             17


Rente
Voor de interne rente sluiten wij aan op de voorschriften uit de BBV-notitie rente, waarbij wij geen rente rekenen over het eigen vermogen en de voorzieningen. Uit deze berekening komt een omslagrente van afgerond 1%.

Renteschema

Omschrijving

2020

           

a

Externe rentelasten over korte en lange financiering

     

€ 494

b

Externe rentebaten

   

-/-

€ 0

           

c

Saldo rentelasten en rentebaten (a - b)

     

€ 494

           

d

Rente aan grondexploitatie door te rekenen

 

€ 36

   

e

Rente van projectfinanciering

 

€ 0

   

f

De rentebaat van doorverstrekte leningen

 

€ 0

   
       

-/-

€ 36

           

g

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (d+e+f)

   

€ 458

           

h

Rente over eigen vermogen

     

€ 208

i

Rente over voorzieningen

     

€ 0

           

j

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente (g+h+i)

   

€ 665

           

k

De aan taakvelden toe te rekenen rente (omslagrente)

   

€ 587

           

 

Verwacht renteresultaat op taakveld treasury (k-j)

 

 

-€ 78

Als gevolg van afronding van de omslagrente naar 1% (exact is het 1,13%) ontstaat er een negatief renteresultaat van
€ 92.000.

Leningenportefeuilles

Opgenomen leningen
Onderstaande tabel geeft inzicht in het verwachte verloop van de portefeuille aan opgenomen langlopende leningen in 2020:

Omschrijving Bedrag Gemiddeld percentage
Restantschuld per 1 januari 2020  €      32.400 1,31%
Nieuwe leningen - financieringstekort  €      17.022 0,50%
Reguliere aflossingen  €       3.640-  
Herfinanciering aflossingen  €              -  
Restantschuld per 31 december 2020  €      45.782  


In 2019 is een (ruim) éénjarige lening van € 15 miljoen afgelost tegen een rente van -0,325%. In het najaar van 2019 is een nieuwe lening van € 20 miljoen aangetrokken. In deze begroting wordt met -0,15% rente voor deze lening gerekend. Er wordt verwacht dat de financieringsbehoefte voor 2020 € 17 mln. bedraagt.

Risicobeheersing

Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet fido. De belangrijkste risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie betreffen rente- en kredietrisico's. Renterisico’s moeten vanuit de Wet fido beoordeeld worden op de korte en op de langlopende schuld.

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren: 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2020 bedraagt de kasgeldlimiet € 6 miljoen.

Berekening kasgeldlimiet 2020 (x € 1.000):

Begrotingstotaal  €         70.914
Relevant percentage                   8,5%
Kasgeldlimiet  €            6.028


De gemeente Sliedrecht verwacht in 2020 binnen de kasgeldlimiet te opereren. Bij beoordeling van een eventuele financieringsbehoefte zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut. Voor de rente van de korte financiering is voor 2020 uitgegaan van een rente van 0% en voor de jaren 2020 en verder van 0,5%.

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm

De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan één jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm per jaar niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Conform voorschrift van de Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar.

Renterisiconorm (x € 1.000)        
         
Renterisico's 2020 2021 2022 2023
Renteherzieningen  €          -  €          -  €          -  €          -
Aflossingen  €   3.640  €   3.640  €   3.640  €   3.640
Renterisico  €   3.640  €   3.640  €   3.640  €   3.640
         
Berekening renterisiconorm      
Begrotingstotaal 2019  €  70.914  €  72.615  €  74.214  €  72.079
Percentage cf. regeling 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm 2019  €  14.183  €  14.523  €  14.843  €  14.416
         
Toetsing renterisico aan norm:      
Renterisico  €   3.640      
Renterisiconorm  €  14.183      
Ruimte boven de norm  € 12.522-      


Uit deze opstelling blijkt dat de gemeente Sliedrecht binnen de grenzen van de renterisiconorm opereert.

Kredietrisico's

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus het risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.

Verstrekte geldleningen
Ingedeeld naar risicocategorie kan voor 2020 het volgende verloop worden verwacht:

(x € 1.000)  Verwachte stand per   
Leningen aan: 1-1-2020 31-12-2020 % verdeling per eind 2020
Openbare lichamen  €       2.049  €       2.049 98,8%
Woningbouwcorporaties  €              -  €              - 0,0%
Deelnemingen  €              -  €              - 0,0%
Overige verbonden partijen  €              -  €              - 0,0%
Overige langlopende leningen  €            29  €            24 1,2%
Totaal  €      2.078  €      2.073 100,0%


Het hierboven bij Openbare lichamen vermelde bedrag betreft de deelneming in, dan wel leningen verstrekt uit hoofde van, het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).


Verleende garanties
De borgstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd naar risicogroep:

(x € 1.000)    Verwachte stand per   
Categorie Risico profiel 1-1-2020 31-12-2020 % verdeling per eind 2020
Directe borgstellingen (m.b.t. gemeenschappelijke regelingen,lokale instellingen, verenigingen e.d.) Middel/ hoger  €     25.111  €     24.638 20,2%
Achtervangpositie in waarborgfondsen (bijv. Waarborgfonds Sociale Woningbouw) Laag  €     98.715  €     97.346 79,8%
Totaal    €  123.826  €  121.984 100,0%

 

Kas- en saldobeheer

De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicecentrum Drechtsteden. De gemeente Sliedrecht onderhoudt bankrelaties met de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank.

Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, die door het SCD in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten.

Schatkistbankieren

Bij het gemeentelijk saldobeheer dienen de nieuwe voorschriften rond Schatkistbankieren in acht te worden genomen. Onder deze regeling dienen gemeenten tijdelijk overtollige geldmiddelen, rekening houdend met een drempelbedrag, bij het Ministerie van Financiën te stallen. Het drempelbedrag voor de gemeente Sliedrecht voor 2020 kan als volgt worden berekend:

Drempelbedrag Schatkistbankieren:

Begrotingstotaal (x € 1.000) 70.914
Relevant percentage 0,75%
Drempelbedrag (afgerond) 532


Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt, dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Begin juli 2019 heeft de Minister van Financiën de toegezegde beleidsdoorlichting van artikel 12 schatkistbankieren en betalingsverkeer Rijk aan de Tweede Kamer gezonden. Deze doorlichting fungeerde ook als basis voor de evaluatie van de wijziging van de Wet fido uit 2013, het verplichte schatkistbankieren. Ondanks een oproep van de VNG-IPO-UVW tot het uitzetten van de "knop verplicht schatkistbankieren" bij een bereiken van een houdbare overheidsschuld, houdt het kabinet vast aan het verplichte schatkistbankieren voor decentrale overheden.  Om decentrale overheden met structurele schulden en slechts incidentele middelen toch tegemoet te komen denkt het kabinet aan een eventuele verhoging dan wel andere berekening van het drempelbedrag. Het tijdstip van eventuele aanpassing van het drempelbedrag is nog niet bekend.

Bedrijfsvoering

Inleiding

Deze paragraaf gaat in op ontwikkelingen binnen de organisatie, die gericht zijn op een zo goed mogelijke dienstverlening aan de inwoners, instellingen en bedrijven en het garanderen van een zorgvuldige besluitvorming. We beschrijven in deze paragraaf relevante cijfers en voorgenomen activiteiten voor 2020 op het gebied van organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering. Deze activiteiten staan in het licht van verschillende trends en ontwikkelingen in maatschappelijke zin, nieuwe technologieën en financiële opgaven.

Organisatieontwikkeling
In route 2022 geven we uitvoering aan de wens van het bestuur de ja-cultuur leidend te laten zijn waarbij structuren, afspraken en regels ondersteunend zijn aan vraagstukken. 2019 stond voornamelijk in het teken van bewustwording als basis voor een andere manier van werken. In 2020 blijven we investeren in bewustwording en treden we meer dan voorheen naar buiten. Kennis en ervaring bevinden zich tenslotte niet alleen in onze organisatie. Er is onmisbare expertise onder de inwoners en ondernemers van gemeente Sliedrecht. Alleen met elkaar kunnen we de grote opgaven waar de gemeente voor staat goed invullen, zoals de invoering van de Omgevingswet, de energietransitie en grote projecten. In 2020 is er, voortbordurend op de resultaten van 2019, meer ruimte voor de principes 'experimenteren' en 'samen verkennen'. De organisatie is zich bewust van de verantwoordelijkheid en handelt naar wat nodig is om de ambities, samen met de inwoners en ondernemers, te behalen. Inwoners en ondernemers van de gemeente Sliedrecht zien de gemeente hierbij als een partner. Om stabiliteit, continuïteit en de lokale kennis te borgen, zal gestuurd worden op vaste medewerkers op sleutelposities.

Besturing en beheersing

De reguliere Planning & Control cyclus (P&C) is het belangrijkste instrument voor besturing en beheersing van vastgestelde doelen en resultaten. In 2019 hebben we de P&C documenten verder ontwikkeld. Met name de tussentijdse rapportages die nu meer sturings- en verantwoordingsinformatie bevatten. Ook zijn alle documenten in dezelfde stijl gebracht. In 2020 ontvangt u van ons de gebruikelijke sturings- en rapportagedocumenten, zoals afgesproken in de financiële verordening.

De volgende besturings- en rapportagedocumenten verzorgen wij in 2020:

  • Kadernota 2021
  • Begroting 2021
  • Jaarrekening 2019
  • Twee tussentijdse rapportages 2020
  • Presentatie voortgang projecten (twee maal per jaar)

Personeel en organisatie

Hieronder geven wij in een overzicht de omvang van onze organisatie weer.

Aantal fulltime eenheden (fte) 2019 2020
Reguliere formatie 111,84 112,17
College van burgemeester en wethouders (b&w)* 4,70 4,70
Griffie 2,16 2,16
Totaal 118,70 119,03

*) In de primaire begroting 2019 was de formatie 4,00 fte. Met de vaststelling van het CUP is dit aangepast naar 4,70 fte.     

De stijging in de reguliere formatie houdt verband met een aantal correcties op bestaande functies (0,33 fte).

In het Sociaal Akkoord dat de Rijksoverheid heeft afgesloten in 2013 is opgenomen dat alle werkgevers verplicht zijn arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Geleidelijk aan moet dit er voor zorgen dat er vanaf 2020 jaarlijks 10.000 mensen met een arbeidshandicap worden aangenomen. Voor de overheidssector zijn taakstellingen afgesproken.

Voor onze gemeente gaat het om de volgende opgave:

Jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
fte 1,14 1,7 2,27 2,84 3,41 3,98 4,55 5,11 5,68 6,25

Als gevolg van de regionale aanbesteding Schoonmaak gebouwen is per 1 januari 2016 38,33 fte voor de regio gerealiseerd. Voor Sliedrecht betekent dit een inzet van 2,80 fte. In 2019 is in Sliedrecht één arbeidsgehandicapte aangenomen. Daarmee komt het aantal fte op 3,80 en is het quotum t/m 2020 behaald.

Ziekteverzuim
De laatste jaren is actief sturing gegeven op de uitvoering van het verzuimbeleid. In het eerste kwartaal van 2018 is het ziekteverzuimpercentage tegen de 10%. In het eerste kwartaal van 2019 zit dit onder het streefpercentage van 6%. In 2019 heeft het management een verzuimtraining gevolgd waarin handvatten aangereikt zijn om hier adequaat sturing aan te geven. Wij blijven in 2020 actief inzetten op het verminderen en voorkomen van verzuim.

Gevolgen regionaal Koersdocument Bedrijfsvoering
De commissie Deetman heeft geadviseerd de huidige samenwerking binnen de GRD op het thema bedrijfsvoering te handhaven en het sturingsarrangement met het SCD te optimaliseren. Naar aanleiding hiervan is een voorstel met een Koersdocument Bedrijfsvoering tot stand gekomen. Samengevat ontstaat de nieuwe koers in het bedrijfsvoeringsdomein: we werken samen waar het kan en houden ruimte voor lokale afweging om af te wijken van de standaard waar dat beter aansluit bij de lokale situatie en onze maatschappelijke opgave. Voor die onderdelen waar de klantorganisaties meer maatwerk wensen, zal het SCD altijd in beeld brengen of dit maatwerk in technische of wettelijke zin mogelijk is, maar ook zullen de financiële consequenties in beeld worden gebracht. Het is aan de individuele klant of klanten die van de standaard willen of moeten afwijken om daarin een inhoudelijke en financiële afweging te maken. Dat betekent dat er lokaal ook op geacteerd moet worden. Naar verwachting zullen er, naar aanleiding van de amendementen van de  Drechtraad, taakstellende bezuinigingen opgelegd worden aan het SCD. Niet duidelijk is wat hiervan de financiële consequenties zijn voor de begroting 2020 en of dit gevolgen heeft voor het dienstenpakket dat aangeboden wordt door het SCD.

Personeel
De toenemende digitalisering, veranderende wetgeving en uitbreiding van takenpakketten vragen om een omslag naar een werkwijze die vraaggerichter en flexibeler van aard is. Dit stelt andere eisen aan de kennis, competenties en vaardigheden van medewerkers. We investeren in het opleiden van personeel om in te kunnen spelen op deze vraag en zullen waar mogelijk de instroom van jonger personeel bevorderen. Naast het aantrekken van jongeren is het ook belangrijk deze jongeren te behouden als ze eenmaal voor de gemeente werken.

Speerpunten hierbij blijven:

  • verder ontwikkelen kwaliteit huidig personeel;
  • gericht sturen op instroom, doorstroom en uitstroom;
  • ontwikkeling van jong talent;
  • binden en boeien van jonge en/of ervaren professionals.

In het jaarlijkse opleidingsplan worden de gewenste- en noodzakelijke opleidingen alsmede trainingen opgenomen. In dit kader is een strategisch meer eigentijds opleidingsplan opgesteld, waarmee in 2019 van start is gegaan. De specifieke opleidingen ten behoeve van de Route 2022 zijn hierin opgenomen. Ook in 2020 blijven wij hier gebruik van maken.

De WNRA
De invoering van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) treedt per 1 januari 2020 in werking. De WNRA regelt dat ambtenaren dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Alle regelingen en arbeidscontracten moeten op de nieuwe wetgeving worden aangepast.

Resultaten 2020

  • In het strategisch opleidingsplan 2020 is het programma om onze medewerkers een andere manier van werken en denken eigen te maken alsmede trainingen ten behoeve van de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers opgenomen;
  • het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap binnen onze eigen organisatie is geprofessionaliseerd in relatie tot verbonden partijen, in het bijzonder het SCD;
  • er zijn vaste medewerkers op sleutelposities in de organisatie om stabiliteit, continuïteit en de lokale kennis te waarborgen;
  • de raad heeft een monitoringsinstrument beschikbaar om de opvolging van moties, toezeggingen en besluiten te volgen;
  • ziekteverzuim onder de 6% houden;
  • mobiliteit behouden van minimaal 5 %;
  • invoering WNRA is afgerond.

Kosten bedrijfsvoering
In de begroting zijn de volgende kosten opgenomen voor bedrijfsvoering.

Bedragen x € 1

2020

Raad

€ 386.326

Griffie

€ 226.471

Rekenkamer

€ 21.225

Accountant

€ 46.000

Loonkosten organisatie

€ 8.738.100

Kosten inhuur derden, excl. projecten

€ 384.958

Huisvestingskosten

€ 468.658

Automatiseringskosten

Inbegrepen in
bijdrage aan SCD

Ontwikkeling in automatisering

Klant-, Zaak- en Archiefsysteem
Het project Klant-, Zaak- en Archiefsysteem (KZA) Drechtsteden kent een ingewikkelde en moeizame weg. Het realiseren van koppelingen met andere systemen, zoals het bestuurlijk- en raads- informatiesysteem (BIS/RIS), is een belangrijk speerpunt. De planning is echter opnieuw uitgesteld. Deze planning is er nu op gericht dat deze in 2020 wordt afgerond.

Daarmee is het Midoffice systeem van Mozaïek vervangen en zullen we voldoen aan de eisen van de archiefwet en de regelgeving m.b.t. het digitaal werken.

Sourcingstrategie
In 2018 is gekozen om ICT extern te beleggen waar dat mogelijk en verantwoord is. Voor het rekencentrum van het SCD heeft dit gevolgen. Er vindt de komende jaren een verandering van de functie plaats bij het beheer van de ICT-systemen naar meer regie.

Data gestuurd werken
Digitalisering, data en informatietechnologie krijgen een steeds prominentere rol in onze samenleving. Het data gestuurd werken zal een bijdrage gaan leveren aan een slimmere en lerende overheid. Hoe beter de organisatie is ingespeeld op het verwerken en benutten van gegevens, hoe beter een bedrijf zal opereren. Ook in Drechtsteden verband is hier aandacht voor.

In 2019 is een aanzet gemaakt met een management dashboard, dat in 2020 geheel operationeel zal zijn. Het management kan hierdoor snel sturen, omdat zij beschikking krijgt over actuele informatie.

Informatieveiligheid
Ook in 2020 moeten we voldoen aan de ENSIA richtlijnen voor de zelfevaluatie (ENSIA = Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Alle gemeentelijke diensten en producten worden tegen het licht gehouden ten aanzien van de maatregelen die zijn genomen om veilig met informatie te werken. Een extra complexiteit hierbij is dat op ICT-gebied onze diensten regionaal zijn georganiseerd. Ook kennen wij een regionale CISO (Chief Information Security Officer). Dat ontslaat ons echter niet van onze verantwoordelijkheid op het gebied van informatieveiligheid. Op basis van de jaarlijkse ingevulde ENSIA vragenlijsten worden verbeterplannen opgesteld en uitgevoerd. Het structureel inbedden van de taak informatieveiligheid in de organisatie maakt daarvan onderdeel uit.

Verbonden partijen

Inleiding

De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overgedragen aan verbonden partijen. De gemeente blijft verantwoordelijk, maar voert de taken zelf niet meer uit. Deelname is gekoppeld aan specifieke doelstellingen. De gemeente neemt deel in verbonden partijen om bepaalde taken efficiënter of met meer kwaliteit te kunnen uitvoeren.

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft (art. 1 BBV = Besluit Begroting en Verantwoording). Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen deelnemingen door de gemeente in publiekrechtelijke samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen), privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties (N.V.’s, B.V.’s, stichtingen, verenigingen etc.) en publiek-private samenwerkingsorganisaties (PPS-constructies).

Het college bestuurt en beheert de Verbonden Partijen conform de kaders die de raad in 2017 in de Nota Verbonden Partijen heeft vastgelegd. De gemeente Sliedrecht heeft in de Nota Verbonden Partijen vastgesteld dat de paragraaf Verbonden Partijen van de Begroting fungeert als vigerend register van de regelingen waaraan een gemeente deelneemt.

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en de mogelijk hieruit voortvloeiende risico’s, besteden wij in de begroting en jaarrekening expliciet aandacht aan de verbonden partijen.

Deze paragraaf bevat informatie over de verbonden partijen van de gemeente, nl:

  • Naam en Vestigingsplaats
  • Deelnemers
  • Type organisatie
  • Doelstelling (openbaar belang)
  • Financieel belang van de gemeente:

    • bij GR Gevudo en de privaatrechtelijke samenwerkingen;
    • de financieel bijdrage aan de overige GR-en is separaat in een tabel opgenomen;
  • Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente
  • Bestuurlijk vertegenwoordiger
  • Relatie met programmabegroting
  • Ontwikkelingen
  • Uittredingsregeling

De inhoudelijke bijdrage vanuit de GR-en aan de beleidsdoelen van de gemeente is in de programmakaarten opgenomen.

De risico's zijn opgenomen in de paragraaf 'Weerstandvermogen en risicobeheersing'. Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partijen wordt verwezen naar de Nota Verbonden Partijen die in januari 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld.

Overzicht verbonden partijen A

Overzicht van de verbonden partijen waarvan de gemeente Sliedrecht een financieel en bestuurlijk belang heeft.

Dit overzicht is onderverdeeld in:

  • Gemeenschappelijke regelingen;
  • Vennootschappen en coöperaties;
  • Stichtingen en verenigingen.

Er zijn geen overige verbonden partijen waarin Sliedrecht deelneemt.

A.   Gemeenschappelijke Regeling (GR)

1. GR Drechtsteden

Naam,

Vestigingsplaats

GR Drechtsteden,

Dordrecht

Deelnemers

Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht, Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam.

Type organisatie

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam

(Wgr, art 8.1).

Doelstelling (openbaar belang)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied.

Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

- Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
- Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, arbeidsmarkt, sport en cultuur)
- Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
- Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
- Sociaal- geografisch onderzoek

Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

a. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;

b. de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.

(13de wijziging)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen (portefeuillehouders).

Stemrecht in Drechtraad (=algemeen bestuur) op grond van inwoneraantal: 9,12%.

Bestuurlijk vertegenwoordiger

Wethouder Vat (Drechtstedenbestuur)

Relatie met programmabegroting

De Drechtsteden draagt vanuit haar verschillende onderdelen bij aan de speerpunten van beleid en reguliere taken binnen de programma's 1. Sociaal; 2. Economie, onderwijs en arbeidsmarkt; 3. Ruimte; en het ondersteunde programma Financiën en belastingen.

Ontwikkelingen

Op 2 juli 2019 is begroting 2020 van de GRD vastgesteld door de Drechtraad. Deze is beleidsarm. Het Drechtstedenbestuur wil de beweging die met de Groeiagenda is ingezet continueren. Deze visie biedt een beleidsmatige focus op het regionaal meerjarenprogramma. Om de inhoudelijk ambities te realiseren is een goed samenwerkingsarrangement mét een eenduidig sturingskader voor de regionale thema's essentieel. Het advies van de 'Voorbereidingscommissie toekomst regionale samenwerking Drechtsteden' en de besluitvorming hierover door de gemeenteraden vormt hiervoor de basis.

Daarnaast lopen de kosten in het sociaal domein op. Er is een task force opgezet die voorstellen uitwerkt om deze opgave aan te pakken. Zowel vanuit een inhoudelijke als financiële invalshoek. In samenhang hiermee wordt gewerkt aan een nieuwe regionale sociale visie. Hierin worden de beleidskaders voor 2020 en verder vastgelegd. Deze kaders komen straks terug in de geactualiseerde begroting voor 2020. 

Uittredingsregeling

In artikel 54 van de GR is de uittreding geregeld. Een deelnemende gemeente kan uittreden door een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorganen aan de Drechtraad te zenden. De Drechtraad bepaalt de voorwaarden voor de uittreding en de financiële en overige gevolgen.

Uittreding kan niet eerder dan twee kalenderjaren nadat het uittredingsbesluit is genomen, tenzij de Drechtraad anders bepaalt.

 

2. GR Sociale Werkvoorziening Drechtwerk

Naam,

Vestigingsplaats

GR Sociale Werkvoorziening Drechtwerk

Dordrecht

Deelnemers

Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht, Alblasserdam

Type organisatie

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam

(Wgr, art 8.1).

Doelstelling (openbaar belang)

Drechtwerk is opgericht om voor de deelnemende gemeenten uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De algemene doelstelling van deze wet is om aan zoveel mogelijk voor de Wsw geïndiceerde inwoners van de aangesloten gemeenten een dienstbetrekking aan te bieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.

Per 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk.

Bestuurlijk vertegenwoordiger

Wethouder Visser-Schlieker.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid).

Stemrecht in algemeen bestuur op grond van inwoneraantal: 9,12%

Relatie met programmabegroting

Uitvoering van de participatiewet, waarbinnen de zoveel mogelijk Wsw-geïndiceerde inwoners aan passende arbeid geholpen worden. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan programma 1 Sociaal.

Ontwikkelingen

Drechtwerk wil het oplopende tekort de komende periode terugdringen door meer in te zetten op detachering en de samenwerking met de sociale dienst. Hiervoor zijn de formele structuren reeds georganiseerd en wordt in 2020 gewerkt aan de doorontwikkeling ervan. Ook de efficiency van de interne bedrijfsvoering blijft aandachtspunt.

Via Cedris, het VNG en de afzonderlijke gemeenten wordt nog altijd stevig ingezet op een landelijke lobby dat nieuwe afspraken gemaakt worden over een beter passende Rijksbijdrage om de tekorten te beperken.

Uittredingsregeling

In artikel 36 van de GR is de uittreding geregeld. Een deelnemende gemeente kan uittreden door een daartoe strekkend besluit van het college aan het Algemeen Bestuur te zenden. Het Algemeen Bestuur bepaalt de voorwaarden voor de uittreding en de financiële en overige gevolgen.

Uittreding kan niet eerder dan twee kalenderjaren nadat het uittredingsbesluit is genomen, tenzij het Algemeen Bestuur anders bepaalt.

3. GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

Naam,

Vestigingsplaats

GR Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid

Dordrecht

Deelnemers

Alblasserdam, Dordrecht, Molenlanden, Hoeksche Waard, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht

Type organisatie

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam

(Wgr, art 8.1)

Doelstelling (openbaar belang)

1. Het samenwerkingsverband heeft tot taak, vanuit het beginsel van verlengd lokaal bestuur, en met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, een bijdrage te leveren aan het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten, teneinde een evenwichtige en voorspoedige ontwikkeling in het gebied te bevorderen.

2. De behartiging van belangen geschiedt door het bepalen van de hoofdlijnen van gewenste ontwikkelingen door middel van sturing, ordening, integratie en in voorkomende gevallen uitvoering ter zake van de taakvelden:

·        publieke gezondheid;
·        onderwijs;
·        jeugdzorg;
·        maatschappelijke ondersteuning, meer in het bijzonder huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
·        ambulancezorg;
·        meldkamer ambulancevervoer;
·        geneeskundige hulpverlening.

(4de wijziging)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid).

Stemrecht in algemeen bestuur op grond van inwoneraantal: 5%.

Bestuurlijk vertegenwoordiger

Wethouder Visser-Schlieker.

Relatie met programmabegroting

De Dienst Gezondheid & Jeugd (onderdelen GGD en BLVS) voert de taken uit op grond van de Wet Publieke Gezondheid (WPG), de Leerplicht en de aanpak van Voortijdig Schoolverlaten. Hierbij is aansluiting bij de volgende doelstellingen van de Dienst Gezondheid & Jeugd:

1.  Het realiseren van gezondheidswinst en het verminderen van sociaaleconomische verschillen;

2.  Het bevorderen van ontwikkelingskansen voor, en participatie van inwoners (jeugd en ouderen in het bijzonder);

3.  Het zorgen voor bescherming bij huiselijk geweld, het voorkomen en verminderen van sociale uitsluiting en het verbeteren van de kwaliteit van leven van kwetsbare groepen in de samenleving;

4.  Op een vertrouwenwekkende en adequate manier optreden tijdens rampen en crisissen waarin de publieke gezondheid wordt bedreigd en het voorkomen van maatschappelijke onrust bij kleinschalige incidenten.

De Dienst Gezondheid & Jeugd heeft een taak bij de realisatie van de doelstellingen in programma 1. Sociaal., 2. Economie, arbeidsmarkt en onderwijs en 3. Ruimte.

De Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) is als zelfstandig onderdeel aan de gemeenschappelijke regeling toegevoegd in 2014. De SOJ voert voor de gemeenten een groot deel van de nieuwe jeugdhulp taken uit, zoals deze aan gemeenten zijn overgedragen met de nieuwe Jeugdwet per 1-1-2015.

Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan programma 1. Sociaal, 3. Ruimte en 4. Bestuur, organisatie en veiligheid.

De activiteiten van de RAV (ambulancedienst) worden bekostigd via de zorgverzekeraar. Er is geen directe relatie op de programmabegroting.

Ontwikkelingen

In het meerjarenperspectief jeugdhulp ZHZ 2018-2022 is een pad uitgestippeld met interventies die er toe moeten leiden dat de jeugdhulp in onze regio transformeert en in een aantal jaar binnen de financiële kaders van de Rijksbijdrage komt. Dit heeft nog niet geleid tot het gewenste effect. De tekorten lopen juist op. Er wordt daarom gewerkt aan een 'omdenknotitie' met maatregelen om de tekorten te reduceren. In 2020 moet vervolgens met de implementatie aan de slag worden gegaan.

Overige ontwikkelingen zijn de voorbereiding op de omgevingswet, het meldpunt Zorg & Overlast en het opstellen van lokale nota's gezondheidsbeleid waarbij de uitvoering (deels) voor rekening komt van de DG&J.  

Uittredingsregeling

In artikel 47 van de GR is de uittreding geregeld. Een deelnemende gemeente kan uittreden door een daartoe strekkend besluit van het college aan het Algemeen Bestuur te zenden. Het Algemeen Bestuur bepaalt de voorwaarden voor de uittreding en de financiële en overige gevolgen.

Uittreding kan niet eerder dan twee kalenderjaren nadat het uittredingsbesluit is genomen, tenzij het Algemeen Bestuur anders bepaalt.

4. GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Naam,

Vestigingsplaats

GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Dordrecht.

Deelnemers

Alblasserdam, Dordrecht, Molenlanden, Hoeksche Waard, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

Type organisatie

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

Doelstelling (openbaar belang)

Het openbaar lichaam heeft tot doel:

a. de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing, de geneeskundige hulpverlening (bij ongevallen en rampen), met behoud van lokale verankering, bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau binnen het samenwerkingsgebied te integreren, teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding;

b. een platform voor samenwerking te zijn voor aan hulpverlening gelieerde diensten, partners dan wel organisaties en andere openbare lichamen.

(wijziging 2015).

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio.

Stemrecht in algemeen bestuur met 10 gemeenten met elk 1 stem: 10%.

Bestuurlijk vertegenwoordiger

Burgemeester Van Hemmen.

Relatie met programmabegroting

De Veiligheidsregio levert en bijdrage aan programma 4. Bestuur, organisatie en veiligheid.

Ontwikkelingen

Voor 2020 verwacht de GR, naast het invulling geven aan de dagelijkse operationele taken, onder meer de volgende ontwikkelingen te ontplooien:

·          De voorbereidingen op de veranderende omgeving, met als onderdeel daarin de komst van de
           Omgevingswet.

·          De transitie naar een informatie-gestuurde organisatie.

·          De inzet op en aanhaking bij de grootschalige infrastructurele onderhoudsopgave
           “Vernieuwen, Verjongen, Verduurzamen” van het Rijk.

·          De voorbereidingen op de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

·          De doorontwikkeling van processen op het vlak van planning en logistiek.

·          De begeleiding van de overdracht van de gezamenlijke meldkamer naar de landelijke
           meldkamer.

·          Het opstellen van het nieuwe beleidsplan 2021-2024.

Op 1 januari 2019 zijn de gemeenten Leerdam en Zederik uitgetreden uit de GR.

De uittredingssom is via een arbitrage tot stand gekomen. Er worden momenteel maatregelen uitgewerkt om te voorkomen dat de kosten voor de achterblijvende gemeenten stijgen vanwege de uittreding. Naar verwachting worden deze maatregelen vanaf 2020 geïmplementeerd.

Uittredingsregeling

De veiligheidsregio is een verplichte gemeenschappelijke regeling. De minister stelt, bij AmvB, de indeling van Nederland in regio’s vast.

Wanneer door een wijziging van de AmvB uittreding mogelijk zou worden en een gemeente daartoe zou overgaan, regelt artikel 43 dat het Algemeen bestuur de voorwaarden voor uittreding bepaalt.

5. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Naam,

Vestigingsplaats

GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Dordrecht.

Deelnemers

Alblasserdam, Dordrecht, Molenlanden, Hoeksche Waard, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht en provincie Zuid-Holland.

Type organisatie

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

Doelstelling (openbaar belang) (excl de artikelen 3.; 5. en 6.)

1. De Omgevingsdienst kan adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten op het gebied van de zorg voor het milieu en de leefomgeving en programma's en projecten uitvoeren op het gebied van milieu en de leefomgeving;

2. De Omgevingsdienst voert voor de colleges van de gemeenten in elk geval de volgende taken en bevoegdheden uit, met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid:

a. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in artikel 5.1 van die wet genoemde wetten;

b. de milieutaken op grond van andere wet- en regelgeving dan genoemd onder a, voor zover een of meer gemeenten besluiten tot mandatering van deze taken en bevoegdheden aan de Omgevingsdienst;

c. de Algemene wet bestuursrecht en andere relevante regelgeving betreffende de procedures in samenhang met de taken genoemd onder a en b, met inbegrip van het adviseren, ondersteunen en vertegenwoordigen van de colleges in bezwaar- en beroepsprocedures;

d. de Wet op de economische delicten en het coördineren van (opsporings-)

overlegverbanden met alle handhavingspartners.

4. Met betrekking tot de reikwijdte, uitvoering en nadere invulling van de in de vorige leden genoemde taken worden door of namens het dagelijks bestuur schriftelijk werkafspraken gemaakt met het college.

 (3de wijziging)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Stemrecht in algemeen bestuur van 10 gemeenten en provincie Zuid-Holland op basis van omzet: 3%.

Bestuurlijk vertegenwoordiger

Wethouder Van der Plas

Relatie met programmabegroting

De Omgevingsdienst levert een bijdrage aan programma 3. Ruimte.

Ontwikkelingen

Voor 2020 verwacht de GR, naast het invulling geven aan de dagelijkse operationele taken, onder meer de volgende ontwikkelingen te ontplooien:

·          Een programmatische voorbereiding op de komst van de Omgevingswet.

·          De voorbereiding op de komst van de Wet kwaliteitsborging voor gebouwen die naar
            verwachting gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt (2021). Het wetsvoorstel in
            zijn huidige vorm heeft grote gevolgen voor het werk van bouwplantoetsers. OZHZ werkt
            aan maatregelen om de organisatie hier op aan te passen.

·          Hernieuwen contract met SCD met betrekking tot de dienstverlening op onder meer het
           gebied van ICT en juridische en personele zaken.

·          Opvangen van het wegvallen van de subsidie voor Externe Veiligheid waarmee een aantal
           uitvoerende taken wordt gefinancierd.

Uittredingsregeling

In artikel 40 van de GR is de uittreding geregeld. Een deelnemende gemeente kan uittreden na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan en met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één kalenderjaar. Het Algemeen Bestuur regelt, met een meerderheid van ¾ van de stemmen, de financiële en andere randvoorwaarden voor uittreding vast. De schadeloosstelling bedraagt tenminste drie maal de jaaromzet van de betreffende deelnemer in het jaar waarin het besluit tot uittreding wordt genomen.

 6. GR Gevudo/ N.V. Huisvuilcentrale NH (HVC)

Naam,

Vestigingsplaats

GR Gevudo (Dordrecht)/

N.V. Huisvuilcentrale NH (HVC) (Alkmaar).

Deelnemers

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

Type organisatie

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam

Doelstelling (openbaar belang)

Het behartigen van aandeelhoudersbelangen van de deelnemers in NV HVC, in de ruimste zin des woords, en het daarbij uitoefenen van stemrecht in de aandeelhoudersvergaderingen van NV HVC.

Doel van deze verbonden partij is om vanuit milieuverantwoord afvalbeheer een bijdrage te leveren aan een duurzame leefomgeving.

Financieel belang van de

gemeente

GR Gevudo bezit 529 aandelen van de NV HVC. GR Gevudo heeft een aandelenbezit van 18,15% van het totaal. De gemeente Sliedrecht heeft een garantierisico-aandeel van 6,19% van het totaal van Gevudo.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid)

De GR Gevudo is aandeelhouder in HVC.

Bestuurlijk vertegenwoordiger

Wethouder Spek.

Relatie met programmabegroting

Genereert dividendinkomsten in het ondersteunende programma Financiën en belastingen.

De operationele taken van GR Gevudo worden verzorgd door de gemeente Dordrecht.

Ontwikkelingen

Er is geen sprake van nieuw beleid.

Uittredingsregeling

In artikel 35 van de GR is de uittreding geregeld. Een deelnemende gemeente kan uittreden door een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorganen aan het Algemeen Bestuur te zenden. Het Algemeen Bestuur bepaalt, met tenminste twee-derde meerderheid, de voorwaarden voor de uittreding en de financiële en overige gevolgen.

Uittreding kan niet eerder dan één kalenderjaar nadat het uittredingsbesluit is genomen, tenzij het Algemeen Bestuur anders bepaalt.

 

Overzicht verbonden partijen B

B.   Vennootschappen en coöperaties
1.  Bank Nederlandse Gemeenten N.V.
Naam, Bank Nederlandse Gemeenten N.V. 
Vestigingsplaats Den Haag
Deelnemers Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, elf provincies en een hoogheemraadschap.
Type organisatie Naamloze Vennootschap
Doelstelling (openbaar belang) De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).
Financieel belang van de gemeente De gemeente heeft 31.200 aandelen (0,0006%) in haar bezit. 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Aandeelhouder
Bestuurlijk vertegenwoordiger Wethouder Vat
Relatie met programmabegroting De BNG draagt bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Genereert dividendinkomsten in het ondersteunende programma Financiën en belastingen.
Ontwikkelingen Geen bijzonderheden
2.  Oasen N.V.
Naam, Oasen N.V.
Vestigingsplaats Gouda
Deelnemers Ca. 30 gemeenten zijn aandeelhouder
Type organisatie Naamloze Vennootschap
Doelstelling (openbaar belang) Drinkwater verzorging inwoners Sliedrecht
Financieel belang van de gemeente Aantal aandelen: 24 (3,2%). 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Aandeelhouder
Bestuurlijk vertegenwoordiger Wethouder Spek
Relatie met programmabegroting Oasen heeft als doel een duurzame en doelmatige drinkwatervoorziening binnen het verzorgingsgebied. Genereert dividendinkomsten in het ondersteunende programma Financiën en belastingen.
Ontwikkelingen Geen bijzonderheden
3.  Eneco N.V.
Naam, Eneco N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Deelnemers Circa 45 Nederlandse gemeenten zijn de aandeelhouders
Type organisatie Naamloze Vennootschap
Doelstelling (openbaar belang) Waarborg energievoorziening. ENECO is een energiebedrijf in de vrije energiemarkt.
Financieel belang van de gemeente Aandelenpercentage (0,57%). 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Aandeelhouder (historisch bezit)
Bestuurlijk vertegenwoordiger Wethouder van der Plas
Relatie met programmabegroting Genereert dividendinkomsten in het ondersteunende programma Financiën en belastingen.
Ontwikkelingen Eneco is in 2017 gesplitst in een energiebedrijf en een netwerkgroep. Elk van de  gemeentelijke aandeelhouders is verzocht om voor 31 oktober 2017 haar principebesluit met betrekking tot “houden of afbouwen” te nemen. Sliedrecht heeft destijds besloten tot houden. In juni 2019 heeft het college besloten dit standpunt te herzien en over te gaan tot verkoop. Dit onder meer doordat meerdere blijvende gemeenten hun standpunt al eerder hebben heroverwogen en het aandeel van verkopende gemeenten daardoor is gegroeid naar 95% van het totale aandelenbelang. Het transactieproces om via een gecontroleerde veiling de aandelen van Eneco te verkopen is in volle gang. Naar verwachting wordt begin 2020 een winnende partij geselecteerd waarna de gemeenteraden beslissen over een definitieve verkoop. Daarna volgt afronding van het verkooptraject inclusief de daarvoor noodzakelijke wettelijke procedures. Dit traject duurt 6 tot 12 maanden.
4.  Stedin N.V.
Naam, Stedin N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Deelnemers Circa 45 Nederlandse gemeenten zijn de aandeelhouders
Type organisatie Naamloze Vennootschap
Doelstelling (openbaar belang) Netwerkgroep, waarborgen van de energievoorziening.
Financieel belang van de gemeente Aandelenpercentage (0,57%= 28.000 aandelen). 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Aandeelhouder (historisch bezit)
Bestuurlijk vertegenwoordiger Wethouder Spek
Relatie met programmabegroting Genereert dividendinkomsten in het ondersteunende programma Financiën en belastingen.
Ontwikkelingen Eneco is in 2017 gesplitst in een energiebedrijf en een netwerkgroep (Stedin). Binnen een sterk in beweging zijnde energiemarkt heeft Stedin de opdracht om het transport van elektriciteit en gas te waarborgen. Voor 2020 en verder is de energietransitie een belangrijk thema voor Stedin. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het financieel meerjarenperspectief met het oog op de verwachte investeringen die daarvoor de komende jaren noodzakelijk zijn. 
5.  ROM-D N.V.
Naam, ROM-D N.V.
Vestigingsplaats Dordrecht
Deelnemers Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, de Provincie Zuid-Holland en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR).
Type organisatie De ROM-D is een publiek-privaat samenwerkingsverband en bestaat uit drie onderdelen:
ROM-D Holding: de gemeenten van de Drechtsteden bundelen hun aandelenbelang in ROM-D Beheer en ROM-D Capital. Vanuit de Holding wordt de regionale promotie en acquisitie aangestuurd.
ROM-D Beheer: naast de gemeenten nemen in de ROM-D Beheer ook private partijen als het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.
ROM-D Capital: Publiek kapitaal is ondergebracht in ROM-D Capital. Het kapitaal wordt gebruikt om de projecten die vanuit de ROM-D worden ontwikkeld van eigen vermogen te voorzien. Naast de gemeenten van de Drechtsteden neemt ook de Provincie Zuid-Holland deel aan ROM-D Capital. Overige publieke organen kunnen eveneens risicodragend kapitaal onderbrengen. Dankzij deze constructie kunnen winsten uit deelnemingen in winstgevende ontwikkelingen worden gebruikt om verliezen uit deelnemingen in herontwikkelingsprojecten te verevenen.
Doelstelling (openbaar belang) Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.
Financieel belang van de gemeente Kapitaaldeelname met stemrechten via volmacht aan het Drechtstedenbestuur.
ROM-D Holding NV Gemeente Sliedrecht € 127.819 (% 2,8)
Dordtse Kil III CV Commanditair Kapitaal Sliedrecht € 163.247 (%1,5)
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Drechtstedenbestuur heeft zitting in de Holding N.V., met gemeentelijke volmacht.
Bestuurlijk vertegenwoordiger Wethouder Vat
Relatie met programmabegroting Het ontwikkelen van Het Plaatje door ROM-D draagt bij aan programma 3. Ruimte. Genereert dividendinkomsten in het ondersteunende programma Financiën en belastingen.
Ontwikkelingen Met de uittreding van BNG-GO in 2019 wordt gekeken naar de mogelijkheden om de juridische structuur van verschillende NV's en BV's van ROM-D te vereenvoudigen. Verder onderzoekt ROM-D de opties voor verdere kapitalisering zodat meerdere projecten tegelijkertijd opgepakt kunnen worden. Het gaat dan om complexe projecten met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Hiermee wil ROM-D een bijdrage leveren aan de uitvoering van de regionale Groeiagenda. 
6. MerwedeLingelijn B.V.
Naam, MerwedeLingeLijn B.V.
Vestigingsplaats (Gorinchem)
Deelnemers Dordrecht, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam, Gorinchem, Molenlanden, Leerdam, Geldermalsen. 
Type organisatie Besloten Vennootschap
Doelstelling (openbaar belang) Deze B.V. heeft tot doel om in samenwerking te komen tot een verbetering van de MerwedeLingeLijn, onder meer door het realiseren van nieuwe stations c.a.
Financieel belang van de gemeente Er is een aandelenpakket van 39% van het totaal (€ 250.000)
Bestuurlijk belang / zeggenschap gemeente Aandeelhouder, aandeelhouder tijdens de aandeelhoudersvergadering.
Bestuurlijk vertegenwoordiger Wethouder Spek
Relatie met programmabegroting De MerwedeLingeLijn levert een bijdrage aan de programma's 2. Economie, arbeidsmarkt en onderwijs.
Ontwikkelingen Geen bijzonderheden. 

 

Bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen

De budgetten voor de begroting 2020 zijn gebaseerd op de ingediende begrotingen 2020 van de desbetreffende GR-en, waarmee in de Kadernota reeds rekening is gehouden.

Bijdrage aan

Begroting 2019

Begroting 2020

Servicecentrum Drechtsteden (SCD)

 N                           2.784

 N                               2.978

Gemeentebelastingen Drechtsteden (GBD)

 N                               201

 N                                   232

Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD)

 N                                  69

 N                                      84

Algemene bijdrage GR Drechtsteden

 N                               652

 N                                   708

Sociale Dienst Drechtsteden (SDD)

 N                        17.325

 N                            18.590

Subtotaal GR Drechtsteden

 N                        21.031

 N                            22.592

Dienst gezondheid & Jeugd ZHZ

 N                               990

 N                               1.450

Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland-Zuid

 N                           6.328

 N                               7.270

GR Drechtwerk

 N                               515

 N                                   560

GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

 N                           1.465

 N                               1.675

GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

 N                               502

 N                                   502

GR Parkschap Nationaal Park De Biesbosch*

 N                               250

 

Subtotaal GR Overige

 N                        10.050

 N                            11.459

TOTAAL Gemeenschappelijke regelingen

 N                        31.081

 N                            34.051


*) Bijdrage 2018 t/m 2020 wordt gedekt uit de voorziening 'uittreden Parkschap', gevormd bij de jaarrekening 2017.

Overzicht van de financiële positie van de verbonden partijen

Gemeenschappelijke regelingen

Verwacht Resultaat
2020

Eigen vermogen
31-12-2019

Eigen vermogen
31-12-2020

Vreemd vermogen
31-12-2019

Vreemd vermogen
31-12-2020

Drechtsteden (GR, OCD, SCD, GBD, SDD)

                                 0

1.000

0

51.000

51.000

Dienst gezondheid & Jeugd ZHZ + SO Jeugd ZHZ

                                 0

2.949

2.070

83.014

83.014

GR Drechtwerk*

N                    5.962

185

185

28.936

27.786

GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

V                              5

2.190

1.596

59.697

59.491

GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

                                 0

1.852

1.736

6.692

9.859

TOTAAL Gemeenschappelijke regelingen

N                   5.957

8.176

5.587

229.339

231.150

 

Privaatrechtelijke rechtspersonen

Eigen vermogen
31-12-2018

vreemd vermogen
31-12-2018

Eneco Groep N.V.

2.939

2.688

Stedin Holding N.V.

2.699

4.257

Bank Nederlandse Gemeenten N.V.

4.258

132.518

Oasen N.V.

108.494

154.064

Regionale ontwikkelingsmij Drechtsteden NV

43

150

Regionale ontwikkelingsmij Drechtsteden CV

12.492

18.504

Totaal privaatrechtelijke rechtspersonen

130.925

312.181

*) Resultaat van de GR Drechtwerk betreft de geraamde bijdragen van de deelnemende gemeenten in het nadelig saldo van 2020.

Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma’s zoals Openbare Ruimte, Verkeer en Vervoer, Ruimtelijke Ordening en Milieu en Wonen. Het grondbeleid is opgenomen in de nota Grondbeleid Sliedrecht 2015. Hierin staat beschreven dat de gemeente een actieve rol aanneemt als procesregisseur bij gebiedsontwikkeling en een facilitair grondbeleid voert, tenzij grote maatschappelijke opgaven vragen om een actief grondbeleid. Het proces, de instrumenten, de grondportefeuille, de financiële uitgangspunten en organisatie die daarbij horen, worden in de nota omschreven.

Jaarlijks worden met het opstellen van de jaarrekening de grondexploitaties geactualiseerd en wordt de marktwaarde van de materiële vaste activa (MVA) opnieuw bepaald. Dit resulteert in een nieuwe prognose van het resultaat voor de grondexploitaties en eventueel een afwaardering bij de MVA (wanneer de boekwaarde hoger is dan de marktwaarde). De raming van de jaarlijkse baten en lasten wordt vervolgens verwerkt in de begroting van het daaropvolgende jaar.

Bouwgronden in exploitatie

De onderstaande grafiek en tabel geeft per grondexploitatie het verloop van de lasten en baten aan in de jaren dat het plan 'onder handen' is. In de kolom 'Stand t/m 31-12-2018' staan de totale lasten en baten tot dat moment. Het jaarlijkse verschil tussen de lasten en baten wordt geactiveerd als 'onder handen werk' onder de vlottende activa op de balans. Wanneer het plan gerealiseerd is, kan het resultaat worden bepaald. Het verwachte resultaat staat in de tabel opgenomen, op basis van eindwaarde. Sinds de vernieuwing van de BBV-regelgeving rondom grondexploitaties zijn gemeenten verplicht tussentijds winst te nemen via de 'Percentage of completion'- methode (POC). Het resultaat van grondexploitaties die een positieve eindwaarde laten zien, wordt gefaseerd genomen volgens de geldende regelgeving. Echter houden wij het voorzichtigheidsbeginsel in acht door de winst pas te nemen wanneer deze gerealiseerd is. Het moment waarop dit bepaald wordt is de jaarrekening. Derhalve zijn de geprognosticeerde resultaten niet opgenomen in het saldo van de begroting.

Grondexploitatie

Realisatie t/m
31-12-18

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025 e.v.

Eind
waarde GREX

Burgemeester Winklerplein

Uitgaven

 N     1.155

 N   643

 N    681

 N1.054

 N    433

 -         0

 -         0

 -         0

 N  3.965

Inkomsten

 V            35

 -         0

 -          0

 -           0

 V 3.600

 -         0

 -         0

 -         0

 V  3.635

Balansmutatie

 V     1.120

 V  643

 V   681

 V 1.054

 N 3.496

 -         0

 -         0

 -         0

 -             0

Verwacht resultaat

 -                0

 -         0

 -          0

 -           0

 N     330

 -         0

 -         0

 -         0

 N     330

Kerkbuurt 12-14

Uitgaven

 N       110

 N      55

 -         0

 -          0

 -         0

 -         0

 -         0

 -         0

 N     165

Inkomsten

 -           0

 V    170

 -         0

 -          0

 -         0

 -         0

 -         0

 -         0

 V     170

Balansmutatie

 V       110

 N    110

 -         0

 -          0

 -         0

 -         0

 -         0

 -         0

 -         0

Verwacht resultaat

 -           0

 V        5

 -         0

 -          0

 -         0

 -         0

 -         0

 -         0

 V        5

Stationspark 3 / Sliedrecht Buiten

Uitgaven

 N       823

 N2.559

 N1.914

 N3.082

 N 2.899

 N3.097

 N     945

 N  1.226

N 16.545

Inkomsten

 -           0

 V    880

 -          0

 -           0

 -         0

 V1.504

 V  4.002

 V10.343

V 16.729

Balansmutatie

 V       823

 V1.679

 V 1.914

 V 3.082

 V 2.899

 V1.616

 N   3.015

 N  8.998

-               0

Verwacht resultaat

 -           0

 -         0

 -          0

 -           0

 -         0

 V      23

 V        42

 V    119

V       184

Stationspark II

Uitgaven

 N         14

 N    239

 N     245

 N    249

 N     253

 -         0

 -         0

 -         0

 N  1.000

Inkomsten

 -              0

 V    353

 V     360

 V    367

 V     374

 -         0

 -         0

 -         0

 V  1.454

Balansmutatie

 V         14

 N    114

 N        32

 V       51

 V       80

 -         0

 -         0

 -         0

 -             0

Verwacht resultaat

 -             0

 -           0

 V        83

 V    169

 V     202

 -         0

 -         0

 -         0

 V     454


Burg. Winklerplein / Bouwblok C
Binnen de totale ontwikkeling van het Burgemeester Winklerplein is voor de ontwikkeling van bouwblok C een grondexploitatie geopend. In het tweede kwartaal van 2019 is deze grondexploitatie geactualiseerd en vastgesteld. De looptijd van de totale exploitatie is t/m 2022.

Stationspark 3 / Sliedrecht Buiten
In het tweede kwartaal van 2019 is de grondexploitatie Stationspark 3 geactualiseerd. Bij deze actualisatie is ook het krediet voor de realisatie van Sliedrecht Buiten in deze grondexploitatie opgenomen. De totaal geactualiseerde grondexploitatie is door de raad vastgesteld. De planning is dat kosten worden gemaakt ten behoeve van de verwerving, maatregelen vv Sliedrecht, RO-procedure en planvoorbereiding. De aanleg van bedrijventerrein Stationspark 3 vindt naar verwachting vanaf 2023 plaats, er van uitgaande dat de vv Sliedrecht volgens planning in 2022 naar Sliedrecht Buiten is verplaatst.

Stationspark II
Ook de grondexploitatie van het Stationspark II is in het 2e kwartaal van 2019 geactualiseerd en vastgesteld. De planning is erop gericht om (bij belangstelling) tot 2022 de resterende kavels uit te geven, waarop het plan met een positief resultaat kan worden afgesloten. De gemeente staat vanwege de ontwikkelingen in de markt open voor een andere invulling van de kavels dan puur kantoren.

Materiële vaste activa

Als de boekwaarde van de materiële vaste activa hoger is dan de marktwaarde moet er een afwaardering plaatsvinden of een voorziening worden getroffen. Op de boekwaarde mogen geen kosten worden bijgeschreven.

Watertorenterrein
Voor het Watertorenterrein is een voorontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. In 2014 is de procedure stopgezet, omdat vragen rezen over afzetmogelijkheden van de voorziene woningen op de huidige woningmarkt. Om die reden is de projectontwikkelaar toen gevraagd de behoefte aan het gewenste type woningen en de daarbij behorende prijsklassen beter te onderbouwen. In afwachting daarvan zijn de werkzaamheden aan het voorontwerpbestemmingsplan gestopt. Op een verzoek van de ontwikkelaar om een ontwerpbestemmingsplan toch in procedure te nemen is afwijzend beschikt. Momenteel vinden er weer gesprekken plaats tussen de projectontwikkelaar en de gemeente. Het streven hierbij is om een plan in procedure te brengen dat kan rekenen op voldoende draagvlak.

Rivierdijk 737-769
De locatie 'de apotheek' maakt onderdeel uit van de Locatie Lanser aan de Rivierdijk-West. Als gevolg van de besluitvorming over dit project begin 2016 is de boekwaarde afgeschreven. Dit is in de bijbehorende kredietaanvraag bij de besluitvorming verwerkt.

De Driehoek
In 2010 is het bestemmingsplan vastgesteld voor de Driehoek. Dit regelde onder andere de huisvesting van de gemeentewerf, milieustraat en gronddepot en maakte de vestiging van bedrijven mogelijk. Omdat de gemeentewerf uiteindelijk niet verplaatst is en de bestemmingen beperkend waren, is in 2015 gestart met een nieuwe bestemmingsplanprocedure. Dit is in de voorontwerpfase gestaakt. Tot ontwikkeling van de Driehoek is het niet gekomen. Daarna zijn verschillende gesprekken gevoerd en initiatieven bekeken. Momenteel wordt onderzocht of De Driehoek in exploitatie gebracht kan worden. Het college besluit in het vierde kwartaal van 2019 over de haalbaarheid van het in exploitatie nemen van de Driehoek en zal bij een positief besluit de raad vragen een grondexploitatie vast te stellen.

Overige gronden
Onder de overige gronden vallen de gronden die een vaste bestemming hebben en niet in het transformatieproces zitten, of waarvoor geen raadsbesluit is genomen waarbij inhoud wordt gegeven aan ambitie en planperiode. Hieronder vallen de gronden Middelblok, weilanden nabij Wijngaarden en een aantal restpercelen bij Benedenveer. Weilanden zullen wel worden ingezet als ruilgrond ten behoeve van het Stationspark 3 / Sliedrecht Buiten.

Voorziening afwaardering MVA
De voorziening voor de afwaardering van de MVA bedraagt € 1.051.262.

Voorziening verlieslatende grondexploitaties
Voor de grondexploitatie BW-Plein is een voorziening getroffen bij de jaarrekening 2018, ter grootte van het verwachte verlies. De stand van de voorziening bedraagt € 330.000.

Grote projecten

De ambitie van het college

Ook in 2020 zal verder uitvoering worden gegeven aan de grote projecten. De grote projecten zijn heel divers van karakter. Dat betekent ook dat de rol van de gemeente binnen de onderscheiden projecten heel verschillend is. In sommige projecten heeft de gemeente een actieve, stimulerende rol en rust er veel verantwoordelijkheid bij de gemeente (voorbeeld: Sliedrecht Buiten / Stationspark 3). In andere projecten heeft de gemeente een kaderstellende, faciliterende rol (voorbeeld: Watertorenterrein).

Hoe verschillend de projecten ook zijn, bij de projecten wil de gemeente zo veel mogelijk de samenwerking zoeken met de inwoners en het bedrijfsleven. Door naar hen te luisteren willen we ideeën die leven binnen het dorp proberen zo goed mogelijk te benutten en waar mogelijk een plaats geven binnen de projecten.

Bij de uitvoering van de projecten houdt het college rekening met actuele ontwikkelingen. Mocht dit leiden tot een andere invulling van een project dan tot nu toe bekend, dan komt het college hiervoor met onderbouwde voorstellen naar de raad.  

Stand van zaken

In de onderstaande tabel wordt vermeld wat de stand van zaken is rond de grote projecten. Het college zal ook in 2020, naast de reguliere P&C-documenten, de raad in de bijpraatsessies informeren over de voortgang van de projecten.

Nr. Project Resultaat Toelichting
1 Baanhoek-West

Ontwikkeling van de woonwijk en de bedrijfslussen.

De woningbouw is voor de helft gerealiseerd, de maatschappelijke voorzieningen geheel, de bedrijfslussen zijn gekoppeld aan diverse bedrijven en een groot aantal aspecten van de hoofdinfrastructuur is gerealiseerd. De planning is dat de locatie in 2023 geheel is gerealiseerd.
2 Begraafplaats Voldoende capaciteit creëren om aan de begraafbehoefte te kunnen blijven voldoen. Na afronding van de (geotechnische) onderzoeken naar de technische haalbaarheid voor het uitbreiden van de begraafplaats wordt aan de raad een voorstel voorgelegd hoe dit project verder uitgevoerd kan worden.
3 Burgemeester Winklerplein Herontwikkeling van het plein

Na de doorbraak die begin 2019 is bereikt ligt de focus op het verwerven van de resterende benodigde eigendommen, zodat ook het overige deel van het plein herontwikkeld kan worden.

De bestemmingsplanprocedure met de benodigde onderzoeken is in voorbereiding.

Voor bouwblok D (het gezondheidscentrum) is een omgevingsvergunning verleend. De sloop en start van de bouw van dit blok is voorzien eind 2019. De oplevering staat gepland in het vierde kwartaal van 2020.

Voor bouwblok B is overeenstemming over de massastudie, die verder wordt uitwerkt.

4 De Driehoek Ontwikkelen van een bedrijventerrein

De invulling van de locatie van De Driehoek wordt in samenhang met andere bedrijvenlocaties bezien.
In 2019 is gewerkt aan uitwerkingen van diverse varianten voor de ontwikkeling van deze locatie. Dit hangt voornamelijk af van de verkeersontsluiting. Aan de raad wordt een voorstel voor een grondexploitatie of uitvoeringskrediet voorgelegd.

Er worden gesprekken gevoerd met potentiële kandidaten die grond willen afnemen voor een bedrijfsontwikkeling. Na besluitvorming over het in exploitatie brengen van het gebied worden deze gesprekken voortgezet.

5 Kerkbuurt Versterking van de bekendheid, uitstraling, invulling, aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van de Kerkbuurt.

Onder meer via het traject "De Nieuwe Winkelstraat" zijn door ondernemers in samenwerking met de gemeente diverse acties in gang gezet die invulling geven aan het resultaat dat we voor de Kerkbuurt willen bereiken. Dit loopt door in 2020.

Het college komt met een voorstel naar de raad voor een subsidie-instrumentarium gericht op het verminderen van de leegstand in het kernwinkelgebied, een opwaardering van het gevelbeeld in het kernwinkelgebied en een transformatie van de aanloopstraten. Daarnaast komt het college met een voorstel voor de herinrichting van het Horecaplein/westelijke entree en het Merwedeplein.

Onder voorbehoud van besluitvorming van de raad zal in 2020 uitvoering worden gegeven aan de vastgoedtransformatie en de herinrichting van beide pleinen.
6 Locatie Lanser Herontwikkeling braakliggend terrein, na sloop bestaande panden. De start van de bouw van de woningen vindt eind 2019 plaats.
7 Nijverwaard Verbeteren van de aantrekkelijkheid van Nijverwaard

In gesprek met de ondernemers wordt toegewerkt naar een gedeelde toekomstvisie voor de lange termijn.

Om de openbare ruimte en infrastructuur in het gebied dat behoort bij de Woonboulevard projectmatig aan te pakken, zal op basis van een projectplan en in samenhang met de voorgenomen herstructurering van de Parallelweg een krediet worden aangevraagd.
8

Sliedrecht Buiten /

Stationspark III

Realisatie van Sliedrecht Buiten, ten noorden van de Betuwelijn en ten oosten van de Provinciale weg.

Voldoende ruimte voor nieuwe bedrijvigheid door de herontwikkeling van sportpark De Lockhorst tot bedrijventerrein Stationspark 3

Het voorontwerp bestemmingsplan Sliedrecht Buiten heeft ter inzage gelegen. De inspraakreacties worden beoordeeld en beantwoord.

Het onderzoek naar nut en noodzaak (laddertoets) van het bedrijventerrein Stationspark 3 is afgerond.

Het ontwerp bestemmingsplan en de overige onderzoeken worden na de zomervakantie ter inzage gelegd.

De gesprekken met de grondeigenaren vinden hun voortgang.
9

Staatsliedenbuurt

Herstructurering en toekomstbestendig maken van de wijk.

De focus voor de gemeente ligt op de realisatie van de openbare ruimte. Fase 1 is gereed, Fase 2 is opgestart.

In 2020 wordt de laatste fase van de wijk opgeleverd.

10

Stationspark II

Zo mogelijk uitgifte van de restende kavels.

Er is geen belangstelling van marktpartijen om op de drie resterende kavels kantoren te realiseren. Ontwikkeling tot kantorenlocatie vindt daarom niet meer plaats.
De insteek is nu om te komen tot een alternatieve invulling van Stationspark 2. In dit kader vinden af en toe gesprekken plaats over initiatieven uit de markt voor dit gebied. Tot op heden heeft dat niet geleid tot concrete plannen.

11

Watertorenterrein

Ontwikkeling van het nu braakliggende gebied.

Watertoren NV heeft de ontwikkeling opnieuw gestart en is in gesprek gegaan met omwonenden.

Er is overeenstemming bereikt met de ontwikkelaar op uitgangspunten voor de ontwikkeling.

Er zijn gesprekken gestart met het ministerie van Binnenlandse Zaken om de planfiguur 'bestemmingsplan verbrede reikwijdte' te verkennen. Zo kan Sliedrecht voor het Watertorenterrein anticiperen op de Omgevingswet.

Met het Waterschap en ontwikkelaar wordt verkend of het mogelijk is het Watertorenterrein als koppelkans te zien. Kan de dijkverzwaring geïntegreerd met de woningbouwontwikkeling voordelen opleveren?

Op basis van bovenstaande zaken zal een nieuw plan worden gemaakt.

Acties / mijlpalen 2020

In de onderstaande tabel staan de acties en mijlpalen voor de grote projecten voor 2020 weergegeven.

Nr. Project Planning Actie/mijlpaal
1 Baanhoek-West

Q1

Q4

Start bouw Burger King en Greenpoint

Oplevering 'De Eilanden' (43 woningen)

2 Begraafplaats

Q1

Q2-Q4

Besluit over uitvoering project op basis
van projectplan en kredietaanvraag.

Uitvoering van het project.

3 BW-plein

Q1

Eind Q2

Q4

Q4

Vaststelling bestemmingsplan

Blok C verwerven

Oplevering nieuwbouw
gezondheidscentrum (blok D)

Sloop bouwblok B, apotheek en
woningen Tablis

4 De Driehoek

Q1


Q1

Inrichtingsplan voor De Driehoek
(indien gebied in exploitatie gebracht
wordt).

Start uitgifte bedrijfskavels (indien
gebied in exploitatie gebracht wordt).

5 Kerkbuurt

Q1

Q1-Q4

Opknappen horecaplein en
Merwedeplein.

Invulling geven aan de
vastgoedtransformatie.

6 Locatie Lanser Q3 Bouw van de woningen.
7 Nijverwaard Q1 Aanvragen krediet / uitvoering project
8 Sliedrecht Buiten /
Stationspark 3

Q1

Q2-Q3

t/m Q2

Aanbesteding bouwrijp maken

Voorbelasten Sliedrecht Buiten
(afhankelijk van beroepsprocedure)

Resterende eigendommen verwerven

9 Staatsliedenbuurt

Q3  -2020

Q1 & Q4 -2020

Q3 -2020

Q1 & Q4 -2020

Oplevering nieuwbouw fase 2

Oplevering buitenruimte fase 2

Oplevering renovatie fase 3

Oplevering buitenruimte fase 3

10 Stationspark II

Q1 - Q4

Verkoop van kavels (bij belangstelling)

11 Watertorenterrein

2020

Afronding informele participatie door
de ontwikkelaar.