Meer
Publicatiedatum: 28-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

In dit onderdeel vindt u de paragrafen lokale heffingen en belastingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en, als laatste, de paragraaf grote projecten.

Lokale heffingen en belastingen

Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in de tarieven en de tariefontwikkeling met betrekking tot de lokale heffingen en belastingen.

De lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Wij zetten de revenuen uit de hondenbelasting volledig in voor zaken die met honden te maken hebben.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid;
  • overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen;
  • heffingen woonlasten (lokale lastendruk);
  • overige lokale heffingen;
  • kwijtscheldingen;
  • Kostendekkendheid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid

A. OZB-opbrengst

De maximale jaarlijkse stijging van de onroerendezaakbelastingen wordt begrensd door de macronorm, een afspraak over de maximale stijging van de landelijke ozb-opbrengst. Deze macronorm wordt overigens niet per afzonderlijke gemeente gehandhaafd. Overschrijding van deze norm op landelijk niveau kan wel leiden tot aanwijzingen.

Volgens cijfers van onderzoeksinstituut COELO stijgt de totale landelijke OZB-opbrengst in 2018 met € 95,3 miljoen, een stijging van 2,4%. De macronorm voor 2018 is in het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv) van 29 maart 2017 vastgesteld op 3,1%. Dat betekent dat de stijging in 2018 binnen de macronorm blijft.

De tarieven voor de OZB, conform de kadernota 2019, worden verhoogd met het inflatiepercentage van 2,4% zodat de verhoging onder de gestelde macronorm blijft.

 

B. Precariobelasting op kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven

1 juli 2017 is wetgeving in werking getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot en met 2021 precariobelasting hierover blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

 

C. Kostendekkendheid heffingen

In 2016 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) aangepast. Met ingang van de begroting 2017 dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. De berekening en uitgangspunten van de kostendekkendheid worden in paragraaf 3.1.7 verder toegelicht.

 

D. Verruiming gemeentelijk belastinggebied

Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Ook nu wordt weer een laatste stand van zaken gegeven.

Gemeenten krijgen zo'n 16% van hun inkomsten door het heffen van belastingen. Een kleine 70% van de inkomsten krijgen gemeenten van het Rijk. Al vele jaren bepleit de VNG, maar ook andere instellingen zoals Raad voor de financiële verhoudingen en de Raad van State, een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Deze uitbreiding houdt in dat gemeenten meer inkomsten uit de eigen belastingheffing krijgen en tegelijkertijd minder uitkeringen van het Rijk ontvangen. Het gevolg hiervan zal zijn dat er meer verschillen tussen gemeenten ontstaan doordat de verschillende gemeenteraden lokaal andere afwegingen maken tussen inkomsten en uitgaven.

Per saldo hoeft een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied niet tot stijging van de belastingdruk te leiden. Door de vermindering van de uitkeringen van het Rijk aan gemeenten heeft het Rijk minder uitgaven en kunnen de rijksbelastingen omlaag. De uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied zal wel leiden tot verschuiving van belastingdruk tussen individuele burgers en bedrijven. Gemeenten heffen de belastingen immers naar andere maatstaven dan het Rijk doet en de tarieven zullen per gemeente verschillen.

In het meest recente regeerakkoord (oktober 2017) is niets opgenomen over een uitbreiding van het lokaal belastinggebied. Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen echter een Interbestuurlijk Programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Over de fiscale thema’s zijn daarbij de volgende procesafspraken gemaakt:

  • Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.
  • Eventuele knelpunten in de fiscale regelgeving, die belangrijke doelstellingen van Rijk en medeoverheden in de weg staan (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en de circulaire economie) worden geïnventariseerd. En of er oplossingen kunnen worden geboden, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving.

Hiermee staat de deur naar een uitbreiding van het lokale belastinggebied toch weer op een kier.

Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen

Met het opstellen van de begroting 2019 is rekening gehouden met de kadernota 2019 die door de gemeenteraad in de besluitvormende raadsvergadering van 10 juli 2018 is vastgesteld. Het uitwerken van de kaders resulteert in de onderstaande inkomsten.

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen grotendeels de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde (= de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis­houdens in euro’s weergegeven over 2019 en de twee voorgaande jaren. Tevens zijn hierin de geldende tarieven voor de afvalstoffen- en de rioolheffing opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage.

* Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing. Bij de berekening van de woonlasten voor 2019 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Onroerendezaakbelastingen       + 2,4%
Afvalstoffenheffing                           maximaal 100% kostendekkend
Rioolheffing                                           maximaal 100% kostendekkend


Deze verhogingen zijn conform Kadernota 2019. Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerendezaakbelasting
De onroerendezaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen; een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing. De heffingsgrondslag is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2019 gelden de WOZ-waarden met als waarde-peildatum 1 januari 2018. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen.

De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2017 naar 1 januari 2018 is voor woningen vastgesteld op 7,5% en voor niet-woningen 1,8%. Rekening houdend met de gewenste (meer)opbrengst en de waardeontwikkeling leidt dit voor 2019 tot de volgende tarieven. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien zijn ook de tarieven over eerdere jaren opgenomen.

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

* Dit is inclusief onttrekking van € 100.000 aan de reserve egalisatie afvalstoffenheffing.

Rioolheffing
Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet hebben gemeenten de mogelijkheid om de kosten van zorgplicht voor het afvalwater alsmede de kosten van de zorg voor het hemel- en grondwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald dient met het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te zijn vastgesteld.

De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

Sliedrecht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie per 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Dit is met ingang van 2015 ook een vast bedrag per jaar. Tot 2015 was dit afhankelijk van het waterverbruik.

Vergelijking andere gemeenten
Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2018 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2018 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

* Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting
De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting op het houden van honden mogen heffen. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit.

Voor 2019 zijn de tarieven verhoogd met 2,4%, zoals vastgesteld in de Kadernota.

 

Reinigingsrechten
Voor het ophalen van afval bij niet-woningen (winkels, bedrijven, buurtcentra, etc.) kunnen gemeenten een reinigingsrecht heffen. Uitgangspunt is dat dit ten minste kostendekkend gebeurt. Gemeenten hebben niet de verplichting om afval bij bedrijven in te zamelen. Dit in tegenstelling tot het inzamelen van huishoudelijk afval bij woningen. Bedrijven dienen zelf zorg te dragen voor het afvoeren van het afval en kunnen hiervoor een contract aangaan met een erkende afvalinzamelaar.

 

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting waarvan de opbrengst naar de algemene middelen van de gemeente gaat.

De opbrengst is sterk afhankelijk van wisselende activiteiten in de openbare ruimte, zoals het hebben van terrassen, reclameborden, uitstallingen, bouwmaterialen, kabels en leidingen, etc.

Zoals onder 'Ontwikkelingen en rijksbeleid' is opgemerkt, is het met ingang van 2022 niet meer mogelijk om precariobelasting van nutsnetwerken te heffen. Gedurende de overgangstermijn mogen die tarieven niet verhoogd worden en gelden de tarieven zoals ze golden op 10 februari 2016.

 

Havengeld
Voor het gebruik van de gemeentelijke haven of andere openbare werken, alsmede voor het gebruik van alle binnen deze gemeente gelegen openbare wateren wordt door de gemeente havengeld geheven. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt.

 

Lijkbezorgingsrechten
Als gemeente heffen wij rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Uitgangspunt is dat dit ten hoogste kostendekkend gebeurt. De berekening van de kostendekkendheid wordt aan het eind van de paragraaf samengevat in een overzicht.

 

De overige tarieven worden verhoogd met 2,4%, zoals vastgesteld in de Kadernota.

Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de Rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Wij hanteren de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Wij verlenen kwijtschelding verleend voor:

  • Onroerendezaakbelastingen;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing;
  • Hondenbelasting (tot maximaal de helft van de verschuldigde belasting voor de eerste hond).

Kostendekkendheid

Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis van maximaal kostendekkende tarieven. In onderstaande tabel is de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen voor 2019 inzichtelijk gemaakt.

(1) Bij de begroting 2015 is besloten (Raadsbesluit 11/11/2014) op grond van de thema-onderzoeken  wel btw in de rioolheffing te verwerken en niet in de afvalstoffenheffing.

(2) Dit is inclusief de kwijtschelding.

(3) Dit is exclusief opbrengst pleziervaart van € 18.000. De kosten hebben alleen betrekking op de beroepshavens. Voor pleziervaartuigen worden nagenoeg geen directe kosten gemaakt.

De kostendekkendheid wordt overeenkomstig de regelgeving bepaald per verordening.

Over de kostendekkendheid wordt opgemerkt dat er voor gekozen is;

  1. overhead toe te rekenen op basis van personeelslasten;
  2. één systematiek van toerekening van overhead;
  3. 100% kostendekkenheid;
  4. de kwijtschelding ten laste te brengen van de heffing.

Nog niet bij alle gemeenteheffingen wordt 100% kostendekkendheid behaald.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen, zoals het vormen van voorzieningen of het afsluiten van verzekeringen. Het weerstandsvermogen is mede van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente.

De raad heeft op 11 maart 2014 de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders opgenomen die richting geven aan de uitvoering van het gemeentelijk risicomanagement in Sliedrecht. De paragraaf is opgebouwd uit een drietal blokken: het risicoprofiel Sliedrecht, de weerstandscapaciteit en als laatste de weerstandsratio.

Risicoprofiel gemeente Sliedrecht

Het laatste vastgestelde risicoprofiel van de gemeente Sliedrecht is vastgelegd in de jaarrekening 2017, die door de raad op 19 juni 2018 is vastgesteld en bedroeg € 5,0 mln. Het risicoprofiel in deze begroting 2019 is ook ingeschat op € 5,0 miljoen. Ten opzichte van de jaarrekening 2017 worden de verschillen in hoofdzaak verklaard door:

Verhoging risicoprofiel verbonden partijen € 409.000
De verhoging van dit risicoprofiel wordt voor 110.000 verklaard door een hogere inschatting van de kansklasse op het risico dat de GR Drechtwerk en GRD niet de gewenste maatregelen neemt, zoals Sliedrecht heeft opgenomen in de kadernota 2019, om haar de tekorten terug te dringen. Daarnaast is, op basis van het aangekondigde tekort Jeugd in de 1e Burap 2018 van de Serviceorganisatie Jeugd, de kansklasse verhoogd voor het eerder opgenomen risico op een hogere bijdrage als gevolg van het tekort op Jeugd.

Verlaging risicoprofiel garantstelingen € 48.000
De verlaging van dit risicoprofiel is in hoofdzaak te verklaren door de afname van bedrag waarvoor de gemeente Sliedrecht garant staat als gevolg van aflossing van leningen door de garantnemer.

Verlaging risicoprofiel projectrisico's, waardering vastgoed en grondexploitaties € 359.000
De verlaging van dit risicoprofiel is in hoofdzaak het gevolg van de mogelijke uitkomst van een specifieke aanbesteding.

Toelichting risicoprofiel

A. Organisatierisico’s
A. Organisatierisico’s (programma Bestuur, veiligheid en organisatie)
Gemeenten komen steeds meer in de rol van regisseur, met nieuwe taken die door het Rijk worden gedecentraliseerd. Dit vraagt om andere competenties. De mate van beïnvloedbaarheid is gemiddeld. Als beheersmaatregel worden de personeelsinstrumenten ingezet.

In 2014 heeft de raad een budget beschikbaar gesteld voor organisatieontwikkeling. De raad heeft op 28 juni 2016 ingestemd met verhoging van de Reserve frictiebudget/organisatieontwikkeling met € 1.000.000. In het raadsvoorstel is een tweetal scenario's genoemd die variëren van € 1.500.000 tot € 2.500.000.  Op basis van de genoemde scenario's bedraagt de risico-inschatting voor verdere organisatierisico's een incidenteel bedrag van € 1.000.000. 

B. Risico’s algemene uitkering (Ondersteunend programma Financiën en belastingen)
De algemene uitkering wordt meerdere keren per jaar geactualiseerd. De volgende tranche van de herziening kan een negatief effect hebben op onze algemene uitkering. Het maximale risico wordt geschat op ca. 1% van de algemene uitkering en bedraagt ongeveer € 350.000. De kans schatten wij op dit moment laag in vanwege de relatie tussen de algemene uitkering en de (stijgende) rijksuitgaven.

De invloed die Sliedrecht hierop kan uitoefenen is minimaal. Het inzetten van PAUW (een systeem voor de berekening van de algemene uitkering), het op orde zijn van de basisregistraties en het tijdig signaleren van ontwikkelingen die kunnen leiden tot afwijkingen zijn de belangrijkste beheersmaatregelen.

C. Risico’s bij verbonden partijen (Alle programma’s)
Er is sprake van een algemeen risico door deelname aan een Gemeenschappelijke Regeling. Negatieve exploitatieresultaten worden doorgelegd naar de deelnemende gemeenten. De totale bijdrage aan verbonden partijen bedraagt in 2019 naar verwachting € 18,3 miljoen. Uitgaande van een maximaal 5% overschrijding van de begroting van de gemeenschappelijke regelingen is het maximale risico afgerond € 915.000. De mate van beïnvloedbaarheid voor Sliedrecht is beperkt. De beheersmaatregelen zijn gericht op het houden van toezicht op risicomanagement bij de verbonden partijen (tijdig beoordelen van financiële documenten, signaleren van afwijkingen en verwerken naar de raad). Daarnaast bestaat een specifiek risico op een hogere bijdrage aan de GRD en de GR Drechtwerk in 2020 en verder en een specifiek risico als gevolg van een verhoogde bijdrage aan de Serviceorganisatie Jeugd om de continuïteit van de jeugdhulp te waarborgen.

D. Risico’s garantstellingen (Alle programma’s)
De gemeente Sliedrecht staat garant voor diverse instellingen. De gewaarborgde geldleningen bedragen naar verwachting per 1 januari 2019 € 120,2 mln. In dit bedrag zijn ook leningen meegenomen van de woningcorporatie Stichting Tablis Wonen voor een bedrag van € 94,7 miljoen. De gemeente is hier niet de eerste garantsteller, maar achtervang voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

De huidige beleidslijn is dat 2,5% van het bedrag waarvoor de gemeente eerste garantsteller is wordt aangemerkt als risico. Daarnaast worden de risico's in de garantstellingen individueel beoordeeld door jaarlijkse toets van de jaarrekeningen van belangrijke garantstellingen, op aspecten als solvabiliteit en liquiditeit. Daarnaast maakt dit onderdeel uit van de verbijzonderde interne controle.

E. Risico dividendontvangsten (Algemene dekkingsmiddelen)
De gemeente Sliedrecht bezit aandelen in het nutsbedrijf Eneco en jaarlijks wordt dividend ontvangen. De dividendraming is gebaseerd op de werkelijke ontvangsten van de afgelopen vier jaar met een veiligheidsmarge van 15%. In 2017 is Eneco gesplitst in een energiebedrijf en een netwerkbedrijf. Het effect van bovenstaande is ingeschat op € 100.000 structureel. De mate van beïnvloedbaarheid is gering. 

F. Projectrisico's, waardering vastgoed en grondexploitaties (Alle programma's)
Na het treffen van beheersmaatregelen blijft er altijd een risico bestaan bij de waardering van vastgoed en projecten en grondexploitaties. Dat is inherent aan het karakter van deze posten. Deze risico’s kunnen bestaan uit:

  • Risico’s die verband houden met de aard van het plan, bijvoorbeeld omdat er woningen zijn geprogrammeerd die niet goed in de markt liggen;
  • Risico’s die verband houden met het tijdstip van realisatie van het plan; veel plannen schuiven door, in afwachting van betere tijden. Dit kan leiden tot hogere rentekosten en werken door in de waarde van het plan;
  • Risico’s die verband houden met gehanteerde parameters, bijvoorbeeld indexering van prijzen en rentestanden;
  • Overige risico’s, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van onzekere subsidies, bodemverontreiniging, planschades, claims e.d.

 

Bepaling van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en stille reserves. De raad heeft besloten om de laatste twee vooralsnog niet op te nemen in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Bij de kadernota 2015 is toegezegd de algemene reserve op te splitsen in een risicoreserve en een (vrij besteedbare) algemene reserve, waaruit onder andere de strategische projecten uit het CUP gefinancierd kunnen worden. De algemene reserve en algemene risicoreserve vormen samen de weerstandscapaciteit van de gemeente Sliedrecht.

De raad heeft in het beleidskader aangegeven dat een weerstandsratio van 0,75 gehanteerd wordt. Bij een risicoprofiel van afgerond € 5.000.000 is de minimale hoogte van de algemene risicoreserve daarmee afgerond € 3.750.000. Per ultimo 2018 is de verwachte hoogte van de algemene reserve risicoreservering  € 3.614.000. Bij het vaststellen van de begroting zal worden voorgesteld om de algemene risicoreserve aan te vullen tot de minimale hoogte.

De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende twee delen:

Stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit
Een stille reserve is een 'overschot' op de bezittingen van de gemeente doordat deze meer waard zijn dan op de balans van de gemeente zijn opgenomen. Volgens de verslaggevingsvoorschriften van gemeenten, het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna BBV), dienen bezittingen van gemeente te worden gewaardeerd op vervaardigingsprijs / verkrijgingsprijs (historische kosten). Dit betekent dat indien een bezitting van de gemeente in de markt meer waard wordt dan gewaardeerd op haar balans, de gemeente deze bezitting niet mag herwaarderen en er hierdoor een stille reserve kan ontstaan.

De onbenutte belastingcapaciteit betreft de extra structurele middelen die gegenereerd kunnen worden door de gemeentelijke belastingen en rechten te verhogen. Het betreft het verschil tussen het niveau gehanteerd volgens artikel 12 van de Financiële verhoudingswet en het feitelijk gehanteerde belastingtarief in Sliedrecht.

Conform de vastgestelde nota Weerstandsvermogen en risicomanagement maken de stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Wel wordt hierin inzicht gegeven.

Stille reserve vastgoed
Op vastgoed is een verschil te maken tussen vastgoed waar een, wat de omvang betreft, redelijke markt voor is zoals voor woningen en kantoren, en vastgoed waar een beperkte markt voor is zoals voor zwembaden en sportvoorzieningen. Voor de inschatting van de stille reserve vastgoed kan een vergelijking gemaakt worden van de WOZ waarde en de boekwaarde. Hierbij is de WOZ waarde voor het vastgoed waar een beperkte markt voor is, uit voorzichtigheidsprincipe uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de WOZ waarde.

Ten basis van bovenstaande uitgangspunten bestaat er een stille reserve vastgoed van afgerond
€ 4,3 mln. Deze stille reserve kan als volgt uitgesplitst worden:

Stille reserve aandelen
De gemeente bezit aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten, ROM-D, Oasen, Stedin en Eneco. In het consultatiedocument Aandeelhouderschap Eneco Groep NV, dat de Aandeelhouderscommissie van Eneco (AHC) heeft gepubliceerd, is met diverse voorbehouden een grove inschatting van de marktwaarde van de aandelen Eneco gegeven. Dit is ongeveer € 500 tot € 580 per aandeel. Uitgaande van een markwaarde van € 540 per aandeel bestaat er een stille reserve in de aandelen Eneco van € 15,2 miljoen. Tegenover deze stille reserve staat overigens wel structurele dividenduitkering in de begroting.

Onbenutte belastingcapaciteit
Voor Sliedrecht bestaat deze onbenutte belastingcapaciteit uit het volgende:

Dit houdt in dat er structureel ruim € 2,5 mln. aan extra belastingopbrengsten gegenereerd kan worden binnen de Financiële verhoudingswet.

Financiële kengetallen

De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Het geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft. Het zegt daarnaast iets over de flexibiliteit van de begroting: veel schulden en kapitaallasten leiden tot een inflexibele begroting. Een netto schuldquote tussen de 90% en 130% wordt gezien als voldoende. Een lagere netto schuldquote dan 90% wordt gezien als goed.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op langere termijn te voldoen.  Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen weer. Er is geen harde norm voor dit kengetal maar een percentage van 20% tot 50% wordt doorgaans als voldoende gezien.

Het kengetal grondexploitatie geeft een indicatie van de verhouding van de in exploitatie genomen gronden ten opzichte van de totale baten. Het geeft een indicatie of een gemeente veel geld in grond heeft geïnvesteerd, geld dat in de toekomst moet worden terugverdiend. Een kengetal grondexploitatie lager dan 20% wordt gezien als goed.

De structurele exploitatieruimte geeft weer hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Een kengetal groter dan 0 duidt op structurele ruimte.

De belastingcapaciteit maakt inzichtelijk welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het genereren van hogere baten. Dit kengetal geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten lager dan gemiddeld in Nederland. Het verschil tussen het kengetal en 100% geeft de ruimte aan om de belastingen te verhogen tot het gemiddelde.

Resumerend
Eén kengetal in een enkel jaar geeft op zich nog niet veel informatie. Deze moeten vooral in samenhang worden gezien.  Op basis van de kengetallen kan geconcludeerd worden dat Sliedrecht een laag risicoprofiel heeft. Er is een relatief goede ratio ten aanzien van schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie.

De toezichthouders hebben voor de kengetallen onderstaande signaleringswaarden vastgesteld om trends te kunnen ontdekken. Aan deze categorieën is geen kwalificatie gegeven omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan over het algemeen worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Conclusie over het weerstandsvermogen

Bij deze begroting is een nieuwe risico-inventarisatie uitgevoerd. De uitkomst van de inventarisatie is een risico van afgerond € 5.000.000. Conform het gemeentelijk beleid is de minimumhoogte van de algemene (risico-) reserve 0,75x de hoogte van de risico's en komt uit op een bedrag van afgerond € 3.750.000.

Door het instellen van de algemene risicoreserve is het risico afgedekt. Daarnaast heeft de gemeente Sliedrecht een algemene reserve en worden stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De gemeente beheert de openbare ruimte waarin een groot aantal activiteiten plaatsvindt zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan, is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. In dit onderdeel van de programmabegroting wordt aangegeven voor welk ambitieniveau de gemeente heeft gekozen, inclusief de financiële consequenties hiervan. Het door de raad gewenste onderhoudsniveau is van invloed op de lasten.

Het beleid op de kapitaalgoederen wordt door middel van beleidsnota's vastgesteld. Dergelijke nota’s bieden de mogelijkheid om algemene beleidslijnen met betrekking tot de inhoudelijke kaders (de visie van de raad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen) en procedurele kaders (afspraken tussen raad en college over besluitvorming en informatievoorziening) vast te stellen.

Het beleid van de gemeente voor het onderhoud van kapitaalgoederen is o.a. opgenomen in;

  • de Nota onderhoud gebouwen (vastgesteld in 2006);
  • het Gemeentelijk Rioleringsplan 2012-2018 (vastgesteld in 2011);
  • het Beleidsplan onderhoud wegen 2015-2025 (vastgesteld in 2014);
  • het Beleidsplan openbare verlichting (vastgesteld in 2014);
  • het Beheerplan onderhoud bruggen (vastgesteld in 2014);
  • het Groenbeleidsplan (vastgesteld in 2015);
  • het Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte Sliedrecht (vastgesteld in 2016).

Als uitgangspunt geldt dat op basis van beheerplannen jaarlijks budgetten worden geraamd voor het onderhoud dat in het begrotingsjaar moet worden uitgevoerd en dat voldoende wordt gereserveerd (stortingen in onderhoudsvoorzieningen) of dat er investeringsbesluiten genomen worden voor het uitvoeren van toekomstig onderhoud. Hierna gaan we nader in op de specifieke beleidsvelden.

Openbaar groen en speelvoorzieningen

De gemeenteraad heeft op 31 maart 2015 het Groenbeleidsplan Sliedrecht vastgesteld. Het geactualiseerde Groenbeleidsplan vormt de basis voor het groenbeheer en toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot groen in Sliedrecht. Op basis van dit plan wordt door middel van het regulier groenbeheer en renovatieprojecten consequent naar de vastgelegde kwaliteiten en eindbeelden toegewerkt. Aanpassingen van het groen worden op basis van dit plan op verantwoorde wijze gedaan. Het plan vormt ook een belangrijk toetsingskader bij de belangenafwegingen tussen groene en overige functies en geeft de nieuwe beleidskaders voor verkoop en verhuur van gemeentelijk groen. In dit plan zijn tevens de beeldkwaliteiten van het beheer in de verschillende gebieden van Sliedrecht opgenomen.

De gemeente Sliedrecht vindt het belangrijk dat de gemeente voldoende groen heeft en behoudt. Om te bewaken dat er genoeg bomen in de gemeente blijven, wordt bijgehouden hoeveel kapvergunningen verleend worden en hoeveel bomen worden aangeplant. Er zijn vanuit bezuinigingsoogpunt in het verleden keuzes gemaakt ten aanzien van het beheer en onderhoud van groen waarna geconstateerd is dat de afgesproken beeldkwaliteit op het beheer van groen niet altijd meer wordt gehaald.

Voor de groenprojecten wordt de meerjarenplanning Integrale meerjaren operationele planning" gevolgd Dit houdt in dat de volgende gebieden worden aangepakt:

  • Prickwaert
  • Weresteijn
  • Middenveer
  • Vogelbuurt West
  • Vogelbuurt Noord-west
  • Parallelweg langs Benedenveer
  • Professorenbuurt

Tijdens de bespreken van de Kadernota 2019 is door de raad een motie aangenomen om voor de begroting 2019 een extra bedrag op te nemen in de begroting voor het 'vergroenen' van een aantal doorgaande wegen.

Op 10 mei 2016 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om in vijf jaar tijd de speelplekken in Sliedrecht op te knappen en om te vormen tot uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplekken. Iedere buurt krijgt meerdere speelplekken met uitdagende speeltoestellen, passend bij deze tijd. Naast spelen en sporten komt de focus ook te liggen op ontmoeting tussen jong en oud in de buurt. Er wordt ruim € 1 miljoen euro geïnvesteerd om dit project in vijf jaar tijd af te ronden. In 2019 worden in principe de volgende buurten aangepakt;

  • Rivierdijk West
  • Molendijk
  • Baanhoek West
  • Rivierenbuurt noord

Riolering

De gemeentelijke taken op het gebied van de riolering zijn gebaseerd op de Waterwet. Voor de uitvoering van deze wettelijke verplichting is gemeentelijke autonome beleidsruimte beschikbaar. Naast de waterwet moet voldaan worden aan de richtlijnen van de waterkwaliteitsbeheerders (Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat). Goede aanleg en beheer van de riolering is van groot belang voor de gezondheid van onze burgers en een van de hoofdtaken van de gemeente.

Tot 2019 is het vigerende GRP 2012-2018 van toepassing. We streven ernaar om in het najaar van 2018 het nieuwe GRP 2019-2023 aan de gemeenteraad aan te bieden. Het nieuwe GRP houdt rekening met de zogenoemde verbrede rioolheffing. Er wordt expliciet aandacht besteed aan de zorgplichten voor hemel- en grondwater. Het GRP gaat in op drie zorgplichten; de grondwaterzorgplicht, de afvalwaterzorgplicht en de hemelwaterzorgplicht. We constateren dat Sliedrecht al sinds 2003 aan de basisinspanning riolering voldoet. Ook bij heftige regenbuien voldoet ons stelsel afdoende om schade bij woningen en bedrijven te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. De afgelopen periode zijn er beleidskeuzes gemaakt die in dit GRP zullen worden vastgelegd, zoals het creëren van extra waterberging in plantsoenen. Om te voorkomen dat hemelwater van straat naar woningen kan toestromen worden wegen niet altijd teruggebracht naar de aanleghoogte.

De komende jaren zijn onder andere de volgende grote rioleringsprojecten in het GRP opgenomen:

  • Talmastraat en omgeving (Staatsliedenbuurt). Dit werk wordt gelijktijdig met de ontwikkeling van de Staatsliedenbuurt uitgevoerd.
  • Verplaatsen van het gemaal en waterberging bij het Burgemeester Winklerplein als voorbereiding op de toekomstige ontwikkelingen.
  • Rioolvervanging Professorenbuurt 2019-2020.
  • Rioolvervanging Vogelenzang e.o. 2019-2020.
  • Afkoppelen van hemelwater in combinatie met herstraten, reconstructies etc. Zoals bijvoorbeeld bij het herstraten van de Middenveer en de Molendijk in 2019-2020.

Waterbeheer

Voortvloeiend uit het Stedelijk Waterplan Plan (SWP) zijn er de afgelopen jaren maatregelen getroffen om de waterkwaliteit te verbeteren. Dit plan is, na een evaluatie met het Waterschap in 2011, voor onbepaalde tijd verlengd.

Het Waterschap stelt middelen beschikbaar voor het verbeteringen aan de waterhuishouding. Particulieren kunnen sinds 2018 ook gebruik maken van een subsidieregeling voor klimaatmaatregelen die ertoe bijdragen dat hemelwater vastgehouden wordt op eigen terrein. Het Gemeentelijk Afkoppel Plan (GAP) sluit aan op de uitgangspunten van het SWP. Het afkoppelen van verhardingen heeft voor zowel de waterkwaliteit als de waterkwantiteit geen nadelige gevolgen. Voor de vereiste waterberging moet de gemeente nog 2,35 hectare waterberging creëren. Met het waterschap is bestuurlijk afgesproken dat deze compensatie in Sliedrecht Buiten in 2019 plaats zal vinden. De waterberging kan dan in het regenseizoen benut worden. Daar waar zich kansen voordoen, zullen we in het stedelijk gebied extra waterberging realiseren.

Sinds 1 januari 2015 is 75% van de watergangen in beheer en eigendom overgegaan naar Waterschap Rivierenland (WSRL). Daarmee hebben al deze watergangen conform de keur en legger van WSRL tevens een A-status gekregen. De gemeente voert in opdracht van het Waterschap nog wel het onderhoud uit. Daarmee houden we grip op de uitvoering in onze eigen gemeente. In 2018 is begonnen met een gezamenlijk actie in het kader van het kroosruimen. Dit gebeurt met 50% cofinanciering vanuit WSRL.

Wegen

Eind 2014 is het Beleidsplan Onderhoud Wegen 2015-2025 vastgesteld. Hiervan zijn de belangrijkste uitgangspunten:

  • Het voorkomen van kapitaalsvernietiging;
  • Het voorkomen van te grote hoogteverschillen met betrekking tot toegankelijkheidseisen;
  • Het voorkomen van schadebeelden waarbij het risico van schadeclaims van toepassing is.

In 2017 is het klein onderhoud elementenverharding opnieuw meerjarig aanbesteed en  in 2019 is een nieuw onderhoudsbestek voor asfalt gepland. Hiermee wordt het klein onderhoud van wegen geregeld.

In het Integrale Meer Jaren Operationele Programma (IMJOP) is in 2019 groot onderhoud gepland aan de volgende wegen:

  • P.C. Hooftlaan, in aansluiting op de ontwikkeling op de Rivierdijk-west (locatie Lanser).
  • Molendijk-west/Baanhoek-oost, in het verlengde van Molendijk-oost/Kerkbuurt-west volgens de Dijkvisie.
  • Middenveer in combinatie herinrichting.
  • Parallelweg langs Nijverwaard, groot asfalt onderhoud in combinatie met verkeersmaatregelen.
  • Opritten Sportlaan/N482 in combinatie met het aanpassen van het kruispunt Stationsplein-Stationspark.
  • Weresteijn-noord, binnenpaden.
  • Vogelbuurt, grootschalige aanpak in combinatie met groen, riolering, herinrichting en warmtenet.
  • Professorenbuurt in combinatie met riolering.
  • Parallelweg langs Benedenveer in aansluiting op de opgeleverde woningen.

 

Bruggen

Er is op initiatief van de raad een meerjarenonderhoudsprogramma opgesteld om alle bruggen in de gemeente Sliedrecht te herstellen en te behouden. In afgelopen jaren zijn – en in de komende jaren zullen –  diverse traditionele bruggen vervangen worden door meer duurzame bruggen met stalen liggers, kunststof dekken en houten leuningen.

Openbare verlichting

De gemeente Sliedrecht heeft het beheer en onderhoud van de openbare verlichting ondergebracht bij Stadsbeheer Dordrecht (SBD). Op basis van metingen heeft Stadsbeheer Dordrecht een vervangingsplan opgesteld. In 2014 is een nieuw beheerplan openbare verlichting opgesteld. In dit plan is ook de toepassing van energiezuinige LED-verlichting opgenomen. De vervangingsplannen van de openbare verlichting worden integraal afgestemd op de uitvoering van onderhoud wegen en/of riolering. Bij alle grote werken in de openbare ruimte (zie wegen en riolering) zijn de lichtmasten en armaturen vervangen voor LED-verlichting.

Gebouwen

De “Nota onderhoud gebouwen” is vastgesteld in de raad van 18 december 2006 en zal worden herijkt in 2018/begin 2019. Door middel van deze nota wordt een onderbouwing gegeven van de onderhoudsbudgetten voor gebouwen in de begroting van Sliedrecht. Met betrekking tot het beheer van het vastgoed wil Sliedrecht het voortouw nemen in het kader van duurzaamheid en milieuvriendelijk energiegebruik. Waar mogelijk zullen wij zonnepanelen plaatsen op onze gebouwen.

Binnenhaven

Hieronder valt het op diepte houden van de gemeentehaven en het daarvoor periodiek peilen, het onderhouden van de steigers en de walstroomvoorziening. Eens per 10 jaar dient rekening te worden gehouden met een hoge piek aan kosten voor baggerwerkzaamheden. In 2020 zullen er baggerwerkzaamheden plaatsvinden in de haven.

Aanlegsteiger waterbus

Het vervoer door de Waterbus is geregeld in het contract tussen de Provincie en Aquabus BV. De gemeente Sliedrecht betaalt hiervoor jaarlijks een bijdrage aan Bureau Drechtsteden. Het (groot) onderhoud van de aanmeerplaats (ponton) verloopt volgens een overeenkomst met het Havenbedrijf Dordrecht. De onderhoudsmaatregelen zijn verwerkt in de voorziening onderhoud ponton Waterbus.

Reserveringen voor onderhoud

In het kader van de begroting is het van belang dat wordt aangegeven dat er voldoende wordt gereserveerd voor toekomstig onderhoud. In 2019 zullen de volgende stortingen plaatsvinden in de diverse onderhoudsvoorzieningen:

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Het Financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of tijdelijk uitgezet. Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Sliedrecht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Rente ontwikkelingen
De rente op de geld- en kapitaalmarkten heeft nog steeds een laag niveau.

De rente voor 1-maandskasgeldleningen is al vele jaren negatief. Ook voor 2019 wordt nog geen stijging tot boven de 0% verwacht. Juni 2018 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten dat het in maart 2016 gestarte opkoopprogramma – bij ongewijzigde omstandigheden - tot eind 2018 wordt voortgezet. Daarnaast blijven tot medio 2019 de huidige lage rentetarieven waartegen de banken hun geld bij de ECB kunnen stallen, van kracht. 

De rente op de kapitaalmarktrente is relatief fors beweeglijk.  De rente voor 10-jarige staatsleningen schommelt vanaf januari 2018 tot juli tussen de 0,85% en 1,05%. De marktverwachting is dat de kapitaalmarktrente het komend jaar al stijgen tot ong. 1,30% medio 2019.

Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld.

Het afgelopen jaar laat de renteontwikkeling het volgende beeld zien:

In onderstaande tabel wordt de renteverwachting van een aantal grootbanken voor het komend jaar weergegeven.

Bij het verstrekken van langjarige financiering berekenen geldverstrekkers liquiditeitsopslagen bovenop de in de tabel genoemde IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag nu circa 0,10% (10 basispunten).

Financieringspositie

Financiering activa
De activa van de gemeente Sliedrecht zullen per begin 2019 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:

Rente
Voor de interne rente sluiten wij aan op de voorschriften uit de BBV-notitie rente, waarbij wij geen rente rekenen over het eigen vermogen (anders dan de reserves voor dekking kapitaallasten) en de voorzieningen. Uit deze berekening komt een omslagrente van afgerond 1%.

Renteschema

Als gevolg van afronding van de omslagrente naar 1% ontstaat er een negatief renteresultaat van
€ 74.000.

Leningenportefeuilles

Opgenomen leningen
Onderstaande tabel geeft inzicht in het verwachte verloop van de portefeuille aan opgenomen langlopende leningen in 2019:

Risicobeheersing

Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet fido. De belangrijkste risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie betreffen rente- en kredietrisico's. Renterisico’s moeten vanuit de Wet fido beoordeeld worden op de korte en op de langlopende schuld.

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren: 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2019 bedraagt de kasgeldlimiet € 5,9 miljoen.

De gemeente Sliedrecht verwacht in 2019 binnen de kasgeldlimiet te opereren. Bij beoordeling van een eventuele financieringsbehoefte zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut. Voor de rente van de korte financiering is voor 2019 uitgegaan van een rente van 0% en voor de jaren 2020 en verder van 1,0%.

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm

De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm per jaar niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Conform voorschrift van de Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar.

Uit deze opstelling blijkt dat de gemeente Sliedrecht binnen de grenzen van de renterisiconorm opereert.

Kredietrisico's

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus het risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.

Verstrekte geldleningen
Ingedeeld naar risicocategorie kan voor 2019 het volgende verloop worden verwacht:

Het hierboven bij Openbare lichamen vermelde bedrag betreft de deelneming in, dan wel leningen verstrekt uit hoofde van, het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).


Verleende garanties
De borgstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd naar risicogroep:

Kas- en saldobeheer

De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicecentrum Drechtsteden. Gemeente Sliedrecht onderhoudt bankrelaties met de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank.

Een hulpmiddel bij de saldoregulatie en voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, welke door het SCD in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten.

Schatkistbankieren

Bij het gemeentelijk saldobeheer dienen de nieuwe voorschriften rond Schatkistbankieren in acht te worden genomen. Onder deze regeling dienen gemeenten tijdelijk overtollige geldmiddelen, rekening houdend met een drempelbedrag, bij het Ministerie van Financiën te stallen. Het drempelbedrag voor de gemeente Sliedrecht voor 2019 kan als volgt worden berekend:

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt, dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Informatievoorziening

Minimaal twee maal per jaar vindt een overleg plaats met het Servicecentrum Drechtsteden over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken. Indien daartoe vanuit de gemeente of vanuit het SCD behoefte dan wel noodzaak wordt gevoeld, vindt daarnaast ook contact op incidentele basis plaats.

Voor zover relevant zullen door het SCD rapportages worden opgeleverd voor in- of extern gebruik.

Bedrijfsvoering

Inleiding

Deze paragraaf gaat in op ontwikkelingen binnen de organisatie, die gericht zijn op een zo goed mogelijke dienstverlening aan de burgers, instellingen en bedrijven en het garanderen van een zorgvuldige besluitvorming. We beschrijven in deze paragraaf relevante cijfers en voorgenomen activiteiten voor 2019 op het gebied van organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering. Deze activiteiten staan in het licht van verschillende trends en ontwikkelingen in maatschappelijke zin, nieuwe technologieën en financiële opgaven.

Organisatieontwikkeling
In 2019 gaat onze organisatie een nieuwe fase in. Een fase waar de ja-cultuur uitgangspunt is en structuren, afspraken en regels geen doel op zich zijn. Structuren, afspraken en regels blijven belangrijk. Deze zijn niet dominant sturend maar ondersteunend aan vraagstukken. Kennis en ervaring bevindt zich niet alleen in onze organisatie, er is veel expertise onder de inwoners en ondernemers van gemeente Sliedrecht. In 2019 willen wij die krachten bundelen en samen verkennen wat voor mooie resultaten dit zou kunnen opleveren. Dit vraagt een andere manier van werken en denken. Patronen en standaarden moeten doorbroken worden om ruimte te creëren voor het experimenteren met andere werkwijzen. Tijdens dit proces zal er regelmatig geëvalueerd worden of de bedoeling nog in het vizier is. Hierdoor zal de organisatie het verantwoordelijkheidsgevoel ervaren en zo doen wat nodig is om de ambitie te behalen. Inwoners en ondernemers van gemeente Sliedrecht zien de gemeente niet als een belemmering maar als een partner. Deze omslag in werken en denken is niet binnen een jaar gerealiseerd. In 2019 zullen wij de eerste stappen zetten. Om stabiliteit, continuïteit en de lokale kennis te borgen zal er gestuurd worden op vaste medewerkers op sleutelposities.

Besturing en beheersing

Ten behoeve van de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) zal in 2019 een nieuw interne controleplan worden opgesteld waarin de controleaanpak van de significante bedrijfsprocessen wordt beschreven. Controles en audits worden in afstemming met de accountant BDO uitgevoerd.

De volgende besturings- en rapportagedocumenten verzorgen wij in 2019:

  • Kadernota 2020
  • Begroting 2020
  • Jaarrekening 2018
  • Tussentijdse rapportages 2019
  • Presentatie voortgang projecten (twee maal per jaar)

Personeel en organisatie

Hieronder geven wij in een overzicht de omvang van onze organisatie weer.

*) De stijging in de reguliere formatie is veroorzaakt door de extra formatie bij team Dienstverlening. Dit betreft extra ondersteuning voor de directie en het college.

In het Sociaal Akkoord dat de Rijksoverheid heeft afgesloten in 2013 is opgenomen dat alle werkgevers verplicht zijn om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Geleidelijk aan moet dit er voor zorgen dat er vanaf 2020 jaarlijks 10.000 mensen met een arbeidshandicap worden aangenomen. Voor de overheidssector zijn taakstellingen afgesproken.

Voor onze gemeente gaat het om de volgende opgave:

Als gevolg van de regionale aanbesteding Schoonmaak gebouwen zijn per 1 januari 2016 38,33 fte voor de regio gerealiseerd. Voor Sliedrecht betekent dit een inzet van 2,80 fte. Daarmee is het quotum t/m 2018 behaald.

Ziekteverzuim

De laatste jaren is er actief sturing gegeven op de uitvoering van het verzuimbeleid. Desondanks is het streefpercentage van 6% nog niet structureel behaald. In het eerste half jaar van 2018 is het gemiddelde percentage 8,6%. Het langdurig ziekteverzuim is hier hoofdzakelijk de oorzaak van. De inzet van de arbodienst de laatste jaren heeft geen lager ziekteverzuim opgeleverd. Hierdoor is er regionaal besloten om verder te gaan met een andere arbodienst. Om het streefpercentage te bereiken heeft het management een aantal acties ondernomen. Er is een plan van aanpak gemaakt om gericht te kunnen sturen. Onderdeel van dit plan is o.a. dat er bij de buitendienst een Preventief Medisch Onderzoek zal plaatsvinden. Daarnaast is er bij het vaststellen van de kadernota extra budget beschikbaar gesteld om de trekkingsrechturen van de P&O formatie te verhogen naar 1 FTE. Verzuimpreventie is één van de onderwerpen waar deze P&O medewerker zich mee bezig gaat houden. Individuele benadering en begeleiding vraagt veel inzet.

Personeel

Gemeenten hebben meer dan gemiddeld te maken met vergrijzing en ontgroening van het personeelsbestand. De gemeente Sliedrecht is hier geen uitzondering op. De gemiddelde leeftijd van de gemeenteambtenaar in 2018 is 48 jaar. Op dit moment is de instroom van werknemers die jonger zijn dan 35 jaar groter dan voorheen, de doorstroom binnen de gemeente is echter nog zeer gering.  Deze onevenwichtige personeelsopbouw heeft nadelige gevolgen voor de gemeente, zoals hoge gemiddelde salariskosten en een groter risico op (langdurig) ziekteverzuim.

Toenemende digitalisering, schaalverandering, uitbreiding van takenpakketten en werkterreinen en een omslag naar een werkwijze die veel vraaggerichter en flexibeler van aard is stellen daarnaast nieuwe eisen aan de kennis, competenties en vaardigheden van medewerkers; een goede reden om kritisch naar de bezetting, samenstelling en de benodigde competenties van personeel te kijken en waar mogelijk de instroom van jonger personeel te bevorderen. Naast het aantrekken van jongeren is het ook belangrijk om deze jongeren te behouden als ze eenmaal voor de gemeente werken.

Speerpunten hierbij blijven;

  • verder ontwikkelen kwaliteit huidig personeel;
  • gericht sturen op instroom, doorstroom en uitstroom;
  • gericht sturen op vitaliteit van de vergrijzing;
  • ontwikkeling van jong talent;
  • binden en boeien van jonge en ervaren professionals.

In het jaarlijkse opleidingsplan worden de gewenste- en noodzakelijke opleidingen alsmede trainingen opgenomen. Wij werken aan een strategisch meer eigentijds opleidingsplan. In 2019 gaan wij hiermee van start. 

Resultaten 2019

  • Medewerkers Tevredenheids Onderzoek (MTO) om tevredenheid van de medewerkers te peilen;
  • terugdringen ziekteverzuim naar < 6%;
  • mobiliteit behouden van minimaal 5 %.

Kosten bedrijfsvoering
In de begroting zijn de volgende kosten opgenomen voor bedrijfsvoering.

Ontwikkeling in automatisering

Klant-, Zaak- en Archiefsysteem
Het project Klant-, Zaak- en Archiefsysteem (KZA) Drechtsteden zal niet in 2018 maar in 2019 worden afgerond.
Daarmee is het Midoffice systeem van Mozaïek vervangen en zullen we voldoen aan de eisen van de archiefwet en de regelgeving m.b.t. het digitaal werken. De rapportage over dit regionale project zult u via de Drechtraad tegemoet zien.

AVG
Iedere gemeente zal vanaf 1 mei 2018 een functionaris Gegevensbescherming (FG) en een Privacy officer (PO) moeten hebben om aan de aangescherpte Privacywetgeving te kunnen voldoen. De FG wordt in Drechtstedenverband gefaciliteerd. Op dit moment zijn daar geen structurele budgetten voor gereserveerd in de begroting.

Sourcingstrategie
In 2018 is er gekozen om ICT extern te beleggen waar dat mogelijk en verantwoord is. Voor het rekencentrum van het SCD heeft dit gevolgen. Er vindt de komende jaren een verandering van de functie plaats bij het beheer van de ICT-systemen naar meer regie. De planning is erop gericht dat eind 2018 dan wel begin 2019 het Transitieprogramma ICT Sourcing en Regie zal worden voorgelegd aan de Drechtraad ter kennis name of besluitvorming. Dit wordt door het Drechtsteden bestuur (DSB) beslist.

Data gestuurd werken
Digitalisering, data en informatietechnologie krijgen een steeds prominentere rol in onze samenleving. Het data gestuurd werken zal een bijdrage gaan leveren aan een slimmere en lerende overheid. Hoe beter de organisatie is ingespeeld op het verwerken en benutten van gegevens, hoe beter een bedrijf zal opereren. Ook in Drechtsteden verband is hier aandacht voor. Op het moment dat het relevant is voor gemeente Sliedrecht kunnen wij hierop inspelen.

Verbonden partijen

Inleiding

De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overgedragen aan verbonden partijen. De gemeente blijft verantwoordelijk, maar voert de taken zelf niet meer uit. Deelname is gekoppeld aan specifieke doelstellingen. De gemeente neemt deel in verbonden partijen om bepaalde taken efficiënter of met meer kwaliteit te kunnen uitvoeren

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft (art. 1 BBV = Besluit Begroting en Verantwoording). Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen deelnemingen door de gemeente in publiekrechtelijke samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen), privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties (N.V.’s, B.V.’s, stichtingen, verenigingen etc.) en publiek-private samenwerkingsorganisaties (PPS-constructies).

Het college bestuurt en beheert de Verbonden Partijen conform de kaders die de raad in 2017 in de Nota Verbonden Partijen heeft vastgelegd. De gemeente Sliedrecht heeft in de Nota Verbonden Partijen vastgesteld dat de paragraaf Verbonden Partijen van de Begroting fungeert als vigerend register van de regelingen waaraan een gemeente deelneemt.

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en de mogelijk hieruit voortvloeiende risico’s, besteden wij in de begroting en jaarrekening expliciet aandacht aan de verbonden partijen.

Deze paragraaf bevat informatie over de verbonden partijen van de gemeente, nl:

  • Naam en Vestigingsplaats
  • Deelnemers
  • Type organisatie
  • Doelstelling (openbaar belang)
  • Financieel belang van de gemeente:

    • bij GR Gevudo en de privaatrechtelijke samenwerkingen;
    • de financieel bijdrage aan de overige GR-en is separaat in een tabel opgenomen;
  • Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente
  • Bestuurlijk vertegenwoordiger
  • Relatie met programmabegroting
  • Ontwikkelingen
  • Uittredingsregeling

De inhoudelijke bijdrage vanuit de GR-en aan de beleidsdoelen van de gemeente is in de programmakaarten opgenomen.

De risico's zijn opgenomen in de paragraaf 'Weerstandvermogen en risicobeheersing'.

Overzicht verbonden partijen

Overzicht van de verbonden partijen waarvan de gemeente Sliedrecht een financieel en bestuurlijk belang heeft.

Dit overzicht is onderverdeeld in:

  1. Gemeenschappelijke regelingen;
  2. Vennootschappen en coöperaties;
  3. Stichtingen en verenigingen.

Er zijn geen overige verbonden partijen waarin Sliedrecht deelneemt.

Bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen

De budgetten voor de begroting 2019 zijn gebaseerd op de ingediende begrotingen 2018 van de desbetreffende GR-en, waarmee in de Kadernota reeds rekening is gehouden.

*) Bijdrage 2018 t/m 2020 wordt gedekt uit de voorziening 'uittreden Parkschap', gevormd bij de jaarrekening 2017.

Overzicht van de financiële positie van de verbonden partijen

*) Resultaat van de GR Drechtwerk betreft de geraamde bijdragen van de deelnemende gemeenten in het nadelig saldo van 2019.

Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van programma’s zoals Openbare Ruimte, Verkeer en Vervoer, Ruimtelijke Ordening en Milieu en Wonen. Het grondbeleid is opgenomen in de nota Grondbeleid Sliedrecht 2015. Hierin staat beschreven dat de gemeente een actieve rol aanneemt als procesregisseur bij gebiedsontwikkeling en een facilitair grondbeleid voert, tenzij grote maatschappelijke opgaven vragen om een actief grondbeleid. Het proces, de instrumenten, de grondportefeuille, de financiële uitgangspunten en organisatie die daarbij horen, worden in de nota omschreven.

De richtlijnen voor het opstellen van begroting en jaarrekening (BBV) zijn per 1 januari 2016 gewijzigd. Sliedrecht voldoet aan deze richtlijnen (Notitie Grondexploitaties 2016). De 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG) vallen nu onder de materiële vaste activa (MVA). De projecten Watertorenterrein, Rivierdijk 737-769 (locatie Lanser) en De Driehoek vallen onder de MVA.

Jaarlijks worden met het opstellen van de jaarrekening de grondexploitaties geactualiseerd en wordt de marktwaarde van de MVA opnieuw bepaald. Dit resulteert in een nieuwe prognose van het resultaat voor de grondexploitaties en eventueel een afwaardering bij de MVA (wanneer de boekwaarde hoger is dan de marktwaarde). De raming van de jaarlijkse baten en lasten wordt vervolgens verwerkt in de begroting van het daaropvolgende jaar.

Bouwgronden in exploitatie

De onderstaande grafiek en tabel geeft per grondexploitatie het verloop van de lasten en baten aan in de jaren dat het plan 'onder handen' is. In de kolom 'Stand t/m 31-12-2017' staan de totale lasten en baten tot dat moment. Het jaarlijkse verschil tussen de lasten en baten wordt geactiveerd als 'onder handen werk' onder de vlottende activa op de balans. Wanneer het plan gerealiseerd is, kan het resultaat worden bepaald. Het verwachte resultaat staat in de tabel opgenomen, op basis van eindwaarde. Sinds de vernieuwing van de BBV-regelgeving rondom grondexploitaties zijn gemeenten verplicht tussentijds winst te nemen via de 'Percentage of completion'- methode (POC). Het resultaat van grondexploitaties die een positieve eindwaarde laten zien, wordt gefaseerd genomen volgens de geldende regelgeving. Echter houden wij het voorzichtigheidsbeginsel in acht door de winst pas te nemen wanneer deze gerealiseerd is. Het moment waarop dit bepaald wordt is de jaarrekening. Derhalve zijn de geprognosticeerde resultaten niet opgenomen in het saldo van de begroting.

Burg. Winklerplein / Bouwblok C
Onderdeel van het Burg. Winklerplein en het beschikbaar gestelde krediet is de grondexploitatie voor bouwblok C. Hiervoor verwerft de gemeente de desbetreffende gronden, maakt deze bouwrijp en verkoopt deze aan de ontwikkelaar.

Kerkbuurt 12-18
De ontwikkelaar heeft een omgevingsvergunning voor de bouw gekregen. Er is nog een laatste poging ondernomen om het naastgelegen pand op Kerkbuurt 12 te betrekken bij dit project en dat is gelukt. De besluitvorming over een gemeentelijke bijdrage heeft in februari 2016 plaatsgevonden. Er was wel een aangepaste omgevingsvergunningsvergunning nodig. Deze heeft de ontwikkelaar verkregen in 2017, maar de vergunning is nog niet onherroepelijk. Er is beroep tegen ingediend. De verkoop en de start van de bouw wachten hierop. Pas dan wordt de grond gesaneerd. De bodemsanering vindt tijdens de bouw plaats om kosten te besparen.

Stationspark 3
Voor Stationspark 3 is in 2017 door de raad een grondexploitatie vastgesteld. In 2018 en in 2019 zullen kosten worden gemaakt ten behoeve van de verwerving, maatregelen vv Sliedrecht, RO-procedure en planvoorbereiding. De aanleg van bedrijventerrein Stationspark 3 vindt vanaf 2020 plaats, nadat de vv Sliedrecht in 2019 naar het Recreatieve Knooppunt Sliedrecht is verplaatst. Voorbelasting ten behoeve van de verplaatsing vindt plaats na vaststelling van het bestemmingsplan ca. 3e of 4e kwartaal 2019.

Stationspark II
De planning is erop gericht dat uiterlijk in 2019 de resterende verkopen plaatsvinden, waardoor het plan met een positief resultaat in 2020 kan worden afgesloten. De gemeente beraadt zich op een meer haalbare bestemming dan kantoren.

Materiële vaste activa

Als de boekwaarde van de materiële vaste activa hoger is dan de marktwaarde moet er een afwaardering plaatsvinden of een voorziening worden getroffen. Op de boekwaarde mogen geen kosten worden bijgeschreven.

Watertorenterrein
Voor het Watertorenterrein is een voorontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. In 2014 is de procedure stopgezet, omdat vragen rezen over afzetmogelijkheden van de voorziene woningen op de huidige woningmarkt. Om die reden is de projectontwikkelaar toen gevraagd de behoefte aan het gewenste type woningen en de daarbij behorende prijsklassen beter te onderbouwen. In afwachting daarvan zijn de werkzaamheden aan het voorontwerpbestemmingsplan gestopt. Op een verzoek van de ontwikkelaar om een ontwerpbestemmingsplan toch in procedure te nemen is afwijzend beschikt. Het initiatief ligt in eerste instantie bij de projectontwikkelaar. Inmiddels komen gesprekken tussen gemeente en ontwikkelaar op gang.

Rivierdijk 737-769
De locatie 'de apotheek' maakt onderdeel uit van de Locatie Lanser aan de Rivierdijk-West, ten zuiden van De Stoep. Als gevolg van de besluitvorming over dit project begin 2016 is de boekwaarde afgeschreven. Dit is in de bijbehorende kredietaanvraag bij de besluitvorming verwerkt.

De Driehoek
De invulling van de locatie van De Driehoek wordt in samenhang met andere bedrijvenlocaties bezien. Andersoortige invulling is een optie.

Overige gronden
Onder de overige gronden vallen de gronden die een vaste bestemming hebben en niet in het transformatieproces zitten, of waarvoor geen raadsbesluit is genomen waarbij inhoud wordt gegeven aan ambitie en planperiode. Hieronder vallen de gronden Middelblok, Weilanden nabij Wijngaarden en een aantal restpercelen bij Benedenveer. Weilanden zullen wel worden ingezet als ruilgrond ten behoeve van het Recreatief Knooppunt Sliedrecht.

Voorziening afwaardering MVA
De voorziening voor de afwaardering van de MVA bedraagt € 1.051.262.

Grote projecten

De ambitie van het college

Dit college geeft verder uitvoering aan de grote projecten zoals opgenomen in de begroting 2018. Het project Sporthal Benedenveer is gerealiseerd en zal in 2018 administratief worden afgesloten.

Het college wil nadere duiding geven aan het begrip "Grote projecten". Grote projecten zijn projecten die maatschappelijk en/of politiek grote impact (kunnen) hebben. De werkzaamheden aan de infrastructuur in ons dorp kunnen voor onze inwoners grote impact hebben en kunnen daarom aangemerkt worden als "Groot project". In het coalitieakkoord 2018-2022 is in paragraaf 4.2.3 een aantal ambities opgenomen die verder uitgewerkt zullen worden in een College uitvoeringsprogramma. Het college zal in 2018 een nieuwe lijst "Grote projecten" samenstellen.

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de ambities van het college niet altijd gerealiseerd kunnen worden binnen de gestelde doelen en/of gestelde termijnen. Het college wil, om projecten te kunnen realiseren, meer dan ooit in gesprek gaan met inwoners, belanghebbenden (b.v. ondernemers, grondeigenaren) en samenwerkingspartners (b.v. projectontwikkelaars). Niet zelden zijn de belangen van de "stakeholders" tegenstrijdig. Het college zal hierop acteren.

Voor een aantal projecten geldt dat i.v.m. actuele ontwikkelingen en gewijzigde inzichten het college eerder ingenomen standpunten zal heroverwegen (b.v. De Driehoek).

Stand van zaken

In de onderstaande tabel is in een oogopslag te zien wat de stand van zaken is rond de grote projecten. Het college zal in regelmatige bijpraatsessies, met de gemeenteraad, informeren over de voortgang van de projecten.

Nr. Project Resultaat Toelichting
1 Baanhoek-West

De planning is dat de locatie in 2023 geheel is gerealiseerd.

De woningbouw is ongeveer voor de helft gerealiseerd, de maatschappelijke voorzieningen geheel, de bedrijfslussen zijn gekoppeld aan diverse bedrijven en een groot aantal aspecten van de hoofdinfrastructuur is gerealiseerd. Er is een marktanalyse opgesteld op basis waarvan een standpunt ingenomen kan worden over de invulling van het restant van Baanhoek-West.
2 Staatsliedenbuurt 2020 oplevering laatste fase De focus ligt op de realisatie van de openbare ruimte.
3

Sliedrecht Buiten /

Stationspark III
Realisatie van Sliedrecht Buiten, ten noorden van de Betuwelijn en ten oosten van de Provinciale weg, als een onderdeel van het Regiopark Merwede. Voldoende ruimte voor nieuwe bedrijvigheid door de herontwikkeling van sportpark De Lockhorst tot bedrijventerrein Stationspark III

De onderbouwing voor de behoefteraming bedrijventerrein Stationspark III is gereed.

Bestemmingsplanprocedures voor Sliedrecht Buiten en Stationspark III lopen.

De ambitie om een ruiterpad te realiseren kan om veiligheidsredenen niet gerealiseerd worden. Het realiseren van Visvijvers wordt heroverwogen.

4 Watertorenterrein  

Gesprekken met de ontwikkelaar over welke mogelijkheden er zijn, lopen. Onderzocht wordt of investeringen door de gemeente noodzakelijk zijn, waarbij bijzondere aandacht besteed wordt aan de bereikbaarheid van het terrein. Voorkoming van verdere verpaupering van de Rivierdijk is speerpunt. Bijzondere aandacht voor behoud van de watertoren.

5 Kerkbuurt Realisatie opfleuren en herinrichting promenade in gang gezet. Realisatie lift 4e kwartaal 2018. Vastgoed eigenaar sectie5 is verantwoordelijk voor de aanschaf en plaatsing van de lift. Wij treffen de voorbereiding met Stedin door het omleggen van kabels. Er loopt een tweetal beroepsprocedures (bouw appartementen Kerkbuurt 12-18 en autoluw maken).
6 BW-plein Realisatie herontwikkeling BW-plein

Bestemmingsplanprocedure wordt in 2018 gestart.

Begin 2018 is er een impasse ontstaan. Er zal alles aan gedaan worden om deze impasse te doorbreken.
7 Locatie Lanser   Start verkoop september 2018. Start bouw eerste kwartaal 2019.
8 De Driehoek   De samenhang van deze locatie met andere bedrijvenlocaties wordt bezien. Andersoortige invulling is een optie.  

Acties / mijlpalen 2019

In de onderstaande tabel staan de acties en mijlpalen voor de grote projecten voor 2019 weergegeven.

Nr. Project Planning Actie/mijlpaal
1 Baanhoek-West   Locatie is in 2023 gerealiseerd
2 Staatsliedenbuurt 2020 Oplevering laatste fase
3 Recreatief Knooppunt / Stationspark III 1e kwartaal 2019 Start bestemmingsplanprocedure
4 Watertorenterrein N.v.t. Initiatief ligt bij de ontwikkelaar
5 Kerkbuurt   Afhankelijk van beroepsprocedures
6 BW-plein 1e kwartaal 2019

2019
Vaststelling bestemmingsplan
Verwervingen deel C
Starten met deel B en D
7 Locatie Lanser September 2018
1e kwartaal 2019
Start verkoop
Start bouw
8 De Driehoek 1e kwartaal 2019 Besluitvorming over invulling